Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het onderwijs te betalen. Deze school vond dadelijk zooveel bijval, dat de aanvragen om plaatsing het getal plaatsen verre te boven gingen. Vele ouders van elders zonden hunne kinderen, ofschoon zij daardoor in de noodzakelijkheid waren, hen te Tanamnglco in den kost te besteden. In die school heerscht. een uitnemende toon, er wordt goed geleerd, en van schoolverzuim, behalve wegens ziekte, is geen sprake. Graafland ziet er het bewjjs in, dat er ouders genoeg in de Minahassa zijn, die voor het onderwijs van hunne kinderen wat over hebben. Hoe noodig is het dan ook, dat aan de school gedurig meer zorg besteed worde !

In naauw verband met de school staat onze drukkerij te Tanawangho, waaraan Br. Bettink met veel inspanning, doch onverdroten werkzaam blijft. Zij levert op den duur geldelijk voordeel, ook omdat particulieren daar laten drukken. Van meer belang is, dat zij het middel is voor de uitgave van het Maandblad, de Tjahajasiang en het daarbij behoorend godsdienstig bijblad. Het toenemend getal inteekenaars bewijst, dat de Minahasser iets over heeft voor de gelegenheid om zich op de hoogte van de gebeurtenissen van den dag te houden en voedsel te ontvangen voor zijnen geest. Het plan bestaat een uittreksel uit de tot hiertoe verschenen acht jaargangen van het Bijblad te maken, als stichtelijke lectuur, en het is te verwachten, dat dit boekje ook op de drukkerij ter perse gelegd zal worden. De Bijbelsche almanak voor 1876 verscheen in 1875, en ook deze vindt gereeden aftrek.

Minder gelukkig is Br. Bettink met zjjne helpers op de drukkerij. Velen houden het niet lang uit, en vertrekken. Over het geheel betoonen zij nog te weinig gezetheid en regel in hun werk, zoodat Üettink steeds meê moet werken, zal het goed gaan. Werd hij vroeger nooit door ziekte daarin belemmerd, in 1875 was dit eens het geval, en dit deed hem ernstig aandringen op het uitzenden van iemand, die hem vroeger of later zal kunnen vervangen. De drukkerij staat of valt thans met dezen Broeder. Wij hadden het uitzigt in den kweekeling van Br. Wiersma , dien wij sedert September 1874 in het Zendelinghuis hadden opgenomen, een' inlander te vormen, die, na hier te lande de noodige bekwaamheid iu het vak te hebben verworven, hem van dienst had kunnen worden, Helaas! de goede jongen, die zóóveel van zich deed verwachten, 18 ons Qntvallen , en wy zullen nu andere maatregelen moeten nemen. ^ r elke, is ons nog niet helder.

De toestand der Gemeenten wordt ons door dé zendelingen

9*

Sluiten