Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als vrij gunstig geteekend. De godsdienstoefeningen worden over het geheel getrouw bijgewoond. De uitbreiding der gemeenten gaat niet snel voort. Bij velen, die den Doop zouden begeeren, ontbreekt de lust tot voorbereiding; met het heidendom heeft men gebroken; nu zou men maar gedoopt willen zijn , om toch tot iets te behooren ; maar de moeite, die men zich daartoe geven moet acht men te groot. Daar dezulken der gemeente tot last , zeker niet tot eer verstrekken , kan de zendeling hen niet opnemen; van daar, dat in 1875 slechts 880 volwassenen gedoopt werden, waaronder nog eenige uit overweging, dat zij een christelijk huwelijk wenschten aan te gaan met een gemeentelid. Het catechetisch onderwjjs, tot voorbereiding voor het lidmaatschap, wordt over het geheel gewaardeerd, het minst echter in streken, waar het schoolonderwijs niet op prijs wordt gesteld. De voorbereiding op school, niet alleen tot verstandsontwikkeling, maar ook tot vorming van het gemoed, heeft daarbij groote waarde. Er werden in het afgeloopen jaar 1751 lidmaten aangenomen, welk getal veel grooter zou geweest zijn, als men minder op het gehalte had willen letten. »Men moet", zoo zeggen de Zendelingen, »den uitwendigen wasdom der christelijke gemeenten niet willen bevorderen, ten koste van haren inwendigen, geestelijken bloei. Gedrag en wandel der christenen, bijzonder der lidmaten geven over het algemeen reden tot tevredenheid. Het ontbreekt intusschen niet aan voorbeelden van verloochening der belijdenis , van onchristelijken wandel, van onverschilligheid ; maar waar wordt op aarde eene gemeente zonder vlek of rimpel gevonden ? Er i s leven, christelijk, godsdienstig , zedelijk leven; menigeen stemt den Zendeling tot blijdschap en dankbaarheid door een' wandel overeenkomstig de belijdenis, zjjnde een sieraad der Gemeente en eene eere van Chbistus ." Ook voor de stoffelijke behoeften wordt meer en meer bijgedragen. Uit onze Maandberigten is gebleken, dat de geheele opbrengst voor dat doel ongeveer ƒ 5000 bedroeg.

> Groote oorzaak van droefenis en bekommering," zoo schrijft men ons", gaf op het laatst van het jaar de werkzaamheid van een' roomsch katholieken Priester. Het zjj verre van de Zendelingvereeniging, zich door onverdraagzaamheid te laten vervoeren tot min juiste of min edele beoordeeling van die werkzaamheden. Droefenis en kommer kunnen haar wel ter neder buigen, maar mogen haar niet tot onbillijkheid leiden. Of het de wil en de wenscli was vau bedoelden Priester, wil de Vereeniging liefst niet beslissen,

Sluiten