Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar zeker is, dat zijne handlangers op onwaardige wijze te werk zijn gegaan, om proselieten te maken. Zeker is tevens, dat christenen en heidenen, die zich door den Priester lieten doopen, dit geheel onvoorbereid deden. Yan overtuiging is daarbij geen sprake, noch van oordeel of keuze, 't Zijn óf geheel onwetenden, óf ontevredenen; zondelust en welligt ook eigenbelang en baatzucht werkten mede.

«Ruim veertig jaren leefde de bevolking in liefde en vrede. Van botsing tusschen christenen en heidenen was hoegenaamd geen spoor. Is het niet te voorzien , dat alsnu de hartstogten zullen gaan woelen tusschen Evangelischen en Roomschen? En is dat geen reden om de toekomst bezorgd te gemoet te gaatl?

«Bezorgd, ja, maar niet boven mate. De zaak der evangelische zending is die van het Hoofd der gemeente van Christus . De Zendelingen mogen veel mensche'lijke zwakheid doen bljjken; de zaak, die zij dienen, is niet uit menschen. De middelen, die zij bezigen, zijn openbaar: evangelieprediking, onderwijs. Zij doen luide den eisch des Evangelies tot matigheid en regtvaardigheid hooren. De Vereeniging beveelt hare zaak Gode, biddende om afwending van alle hartstogtelijk twisten en onvruchtbaar ijveren onder dit goede volk. Tevens gevoelt zjj, dubbele werkzaamheid en ijver te moeten ontwikkelen, opdat de kracht der waarheid zegeviere."

Wij hebben aan dit waardig woord van de Zendelingvereeniging niets toe te voegen, dan dat wij ons niet kunnen voorstellen, waarom de Regering niet van haar gezag gebruik maakt en de werkzaamheden van Roomschen en Protestanten in Indië beperkt tot de streken , waar zjj elkander niet in den weg kunnen treden. Art. 123 van het Regeringsreglement luidt:

»De christen-leeraars, priesters en zendelingen moeten voorzien zijn van eene door of namens den Gouverneur-Generaal te verbenen bijzondere toelating, om hun dienstwerk in eenig bepaald gedeelte van Nederlandse!/.-Indië te mogen verrigten.

»Wanneer die toelating schadelijk wordt bevonden, of de voorwaarden daarvan niet worden nageleefd, kan zjj door den Gouverneur-Generaal worden ingetrokken."

Behalve het boven vermelde cijfer van gedoopten, worden nog opgegeven 3911 kinderen; terwjjl van 992 echtparen het huwelijk werd ingezegend.

In het naauwste verband met het werk in de gemeente staat de opleiding van geschikte Voorgangers, en het is dus hier de plaats

Sluiten