Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achteruit. Maar als Mozes tot God bidt en Hem vraagt wat hij te doen heeft, dan luidt het antwoord: „Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken". Zoo gaat het ook ons; wij worden niet alleen voort gedreven, wij moeten ook voorwaarts gaan. En wij moeten er voor zorgen, dat ons voorwaartsgaan geschiedt in de goede richting. Aan dat rusteloos agen en jachten moeten dus ook wij ons deel hebben. Wee ons als er niet meer van ons gezegd kan worden dan dat wij worden medegesleept; als wij niet gewillig mede voortgaan of, meer nog, als wij niet vooruitloopen, de omstandigheden niet beheerschen, maar in plaats daarvan ons door deze laten overmannen.

En toch, wat zouden wij gaarne eens stil staan. Er staat geschreven van Jozua, dat hij uitriep: „zon, sta stil te Gibeon, en gij maan, in het dal van Ajalon!" „De zon nu stond stil in het midden des hemels, haastte niet onder te gaan omtrent eenen volkomenen dag. En er was geen dag aan dezen gelijk." Wat zouden wij gaarne den tijd willen vasthouden, de uren langer laten duren; wat zouden wij gaarne stilstaan op den levensweg, onze rekening opmaken en meten de kracht, waarmede wij de toekomst tegemoet gaan. Wien hindert het niet als hij de klok, die tenauwernood koud is, nadat zij op oudejaarsavond 12 uur heeft geslagen, precies een half uur later halféén hoort slaan net als andere dagen en net alsof wij niet inmiddels in ons harl een geheel leven hadden doorleefd.

Dat verlangen naar stilstaan en rusten is waarlijk niet alleen openbaring van een ziekelijken toestand, die opziet tegen den strijd des levens. Het tellen onzer dagen is zoo noodig en wij hebben er in den regel zoo weinig tijd voor. Het verleden vraagt onze aandacht, want het spreekt van schuld, die verzoening eischt, van vergissingen, die hersteld moeten worden. Tegelijkertijd legt het heden beslag op ons, het eischt nuchterheid, overleg, wijsheid, vooral zuivere bedoelingen. En met niet minder kracht wenkt de toekomst; wij hebben voor haar onze plannen, onze kansberekeningen, onze gebeden bovenal, en het komt er op aan ons er rekenschap van te geven of deze alle zich kunnen voegen in die eene groote toekomst, de wederkomst van Christus. Wat zouden wij gaarne de zon laten stilstaan om dat alles nog eens kalm en rustig te overzien; om de tijden en gelegenheden ons niet te laten ontsnappen, maar ze eerst dan van ons te laten gaan, als ze ons hebben gezegend.

Laat ons een enkel oogenblik het verleden, het heden en de toekomst van ons Genootschap en zijn werk overdenken.

Sluiten