Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij hebben een jaar achter den rug-, waarin voorspoed en tegenspoed elkander afwisselden. Br. Alb. C. Kruyt kwam tot ons over en mocht zijne echtgenoote en kinderen in welstand wederzien. Br. de Munnik vertrok weder met de zijnen naar zijn arbeidsveld, geestelijk en lichamelijk verkwikt en dankbaar voor hetgeen ' hij in het vaderland mocht genieten. Sterfgevallen hebben wij in den kring der arbeiders en arbeidsters in dienst van ons Genootschap niet te vermelden. Integendeel, wij mochten drie broeders met hun echtgenooten uitzenden. Evenwel bleven de zorgen ons niet gespaard. Zr. Eriks, die reeds spoedig na haar aankomst in Indië door een ernstige ziekte was aangetast, moest ten slotte haar werkkring in Midji-warna, waaraan zij zich gaarne met geheel haar hart had gewijd, opgeven en naar het vaderland terugkeeren. Haar toestand is vooruitgaande, maar hersteld is zij nog niet. Zr. Pysel werd door ziekte aangetast en moest elders herstel zoeken. Na haar terugkeer stortte zij weder in en moest ten slotte naar Batavia gaan, teneinde zich onder behandeling te stellen van een specialiteit. Wij wachten nog nader bericht omtrent haar toestand. En Zr. Schoch, die op Java bleef om de taak van Zr. Eriks op zich te nemen, totdat voor deze een plaatsvervangster zou zijn gevonden, werd ten slotte krank, moest zich in Soerabaja laten verplegen en vertrok onlangs, ingevolge dringend advies der haar behandelende geneesheeren, naar de Minahassa. Langer verblijf achtte men ongeraden; het koelere klimaat van de Minahassa zal, naar wij hopen, tot haar volledig herstel meewerken. Wij hopen weldra verblijd te worden met het bericht, dat zij in welstand daar is aangekomen en het werk, waarvoor zij is uitgegaan, heeft aanvaard. Erger nog dan deze uitwendige beproevingen was dikwijls de innerlijke strijd, die doorgemaakt moest worden. Bestuurders van Zendingscorporaties en Zendelingen zijn en blijven menschen, en dat wil helaas onder de tegenwoordige bedeeling zeggen: zondaars. Dat zegt alles. Fouten, vergissingen, misverstand, ze kunnen niet uitblijven. Het zou niet goed zijn hieromtrent in bizonderheden te treden. Maar toch mogen en kunnen wij niet van het verleden spreken zonder deze dingen te gedenken, en daarover schuld te belijden voor den Heer.

Als wij spreken over het heden, denken wij dadelijk aan onze financiën. Ook tenopzichte daarvan hebben wij reden tot dank. De inkomsten waren tot 30 November hooger dan die van verleden jaar. Toch staan wij, vooral wat dit punt aangaat, voortdurend midden in den arbeid. Dezer

Sluiten