Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te weren. Ook de Toradja verstaat de kunst van „vonden" zoeken en vinden!

De vergadering, waarin verklaard werd, dat voortaan de Koempania als heer zou optreden, had plaats in de maand November. Al de groote hoofden der Possostreek, behalve Papa i Woente, waren er tegenwoordig. Daar de hadatsleden van Loewoe, die het „heer-schap" ten aanhoore der vergaderden moesten overdragen, niet waren opgekomen, verklaarde Luit. Voskuil, dat voortaan de Koempania het roer in handen zou nemen, waarop allen de Hollandsche vlag aanraakten als teeken van trouw.

Alle bentengs werden op bevel geslecht, en met aanleg van wegen werd begonnen.

De geheele streek was een en al beweging. Maar er kwam verzet. Het dorp Tamoengkoe wilde zijn vesting niet slechten. Pogingen, om het verzet door besprekingen te breken, werden voor zwakheid aangezien, zoodat de leider van den troep de sterkte moest nemen, hetgeen den Toradja's op vijf dooden kwam te staan. Onderwerpingvolgde op nieuw en alles ging weer eenige weken goed, totdat de dorpen Tamoengkoe Dena en Kasawi Doeloengi verklaarden hunne bentengs niet te slechten. Terwijl Luitenant Voskuil aan de Oostzijde van de Possorivier ageerde, werden de geslechte bentengs op de Westzijde ook weer opgericht. Het begon er donker uit te zien.

Daar kreeg ik 3 Januari bericht van den onderwijzer, dat al de lieden van Boejoembajaoe besloten waren het dorp te verlaten en het bosch in te vluchten, want het tirannieke hoofd Tarame had den lieden van Boejoembajaoe gelast de rotanbrug over de Possorivier door te hakken. Deden zij het niet dan zou Torame zich wreken. Deze zelf had zich in de vesting Waroë teruggetrokken en één der rotanbruggen over de Posso reeds doorgekapt.

Dienzelfden nacht liet ik Papa i Woente weten, dat ik hem te Boejoembajaoe ontmoeten wilde. We belegden daar eene vergadering om de verontruste gemoedereu tot kalmte te krijgen. Maar men bleef hij het genomen besluit. Toen stelden de goeroe en ik voor naar de versterkte dorpen te gaan om de lieden te overreden het verzet op te geven, daar dit niets dan ellende over het land zou brengen. Dat voorstel viel in goede aarde. En zoo vertrokken Papa i Woente, de goeroe en ik den volgenden morgen, vergezeld door ongeveer 20 makkers van eerstgenoemde.

Binnen de eerste benteng (Jajaki) liet men ons direct toe. In het geestenhuis vergaderden we. Papa i Woente legde het doel van onze komst uit.

Het bleek al ras, dat het hoofd van dit dorp alleen een versterking gemaakt had, omdat daartoe bevel van hoogerhand nl. van Tarame was gekomen. Om zuiver water te krijgen, moesten we dus naar de bron! Na den maaltijd stapten we weer op, vergezeld door het hoofd van dit dorp en diens makkers. In den namiddag bereikten we het dorp Patimoele, waar we in dé smidse buiten de versterking werden ontvangen. Dra voegde het dorpshoofd zich bij ons. Wéér werd uiteengezet waarom we kwamen, maar wéér hetzelfde antwoord: „Tarame heeft het ons gelast en daarom hebben wij ons versterkt." Direct zonden we boden naar Tarame met het verzoek ons in dit dorp te willen komen opzoeken om samen te vergaderen. Na afloop van ons gesprek wees het hoofd van Patimoele ons een huis buiten de benting aan, waar we den nacht konden doorbrengen. Maar hiermede nam ik geen genoegen. „Wij zijn als vrienden tot u gekomen om te trachten den vrede des lands te bewaren, om u te waarschuwen geen dwaasheden te begaan en ontvangt ge ons nu

Sluiten