Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de Possostreek nu vrijwel verzekerd, en kan er een meer geregelde toestand in het leven geroepen worden. Dat dit de zending zeer ten goede komt, behoeft wel geen betoog. Niets is zoo hinderlijk voor geregelden zendingsarbeid als de voortdurende toestand van onrust, waarin het land vroeger verkeerde.

Bijzonder scherp kwam in deze dagen de kracht van de zending uit. Alle hoofden en dorpen, die onder onzen onmiddellijken invloed staan, hebben zich onverwijld aan de zijde van het Gouvernement geschaard. Een der in opstand zijnde hoofden verklaarde: „als wij een onderwijzer in ons dorp hadden, zouden we ook geen versterking maken." Papa i Woente zei in een vergadering: „we hebben toch niet voor niets het woord des levens zoo lang van den pandita en den goeroe gehoord." Talasa, een der Tomasahoofden sprak na een maaltijd, waar velen aanzaten, tot mij en later ook weer tot Dr. Adriani r „wij zijn reeds lang met u bevriend en daarom vertrouwen we in moeielijke dagen op u."

Zijn dat geen bemoedigende teekenen?

Niettegenstaande al dit krijgsrumoer kon onze jaarlijksche conferentie doorgaan. Van 16—26 December waren alle goeroefamilies — behalve die van Koekoe — onze gasten. Een veertigtal schoolkinderen bleven drie dagen en genoten volop. De Kerstavond slaagde uitnemend. In hun eigen taal vertelde ik den Toradjaschen kleinen en grooten die aloude blijde tijding: „u is een Zaligmaker geboren."' Dr. Adriani vertelde voor de Maleisch sprekenden. De onderwijzers leverden goed werk, zoodat de conferentiedagen een genot waren. Voor we uit elkander gingen, ieder naar zijn eigen post, vereenigden wij ons om den disch des Heeren en gedachten Zijnen dood.

Er is dit jaar eenige wijziging gekomen in ons personeel. Door den dood ontviel ons Goeroe J. Sekeh, die zoovele jaren met toewijding heeft gearbeid, eerst te Boejoembajaoe, daarna te Todjo. Vooral in de school was hij in zijn element. De jongens hielden allen veel van hem. Voor ons werk is hij een groot verlies. Goeroe Tawaloejan heb ik na rijp beraad overgeplaatst naar Todjo, om daar de ledige plaats te vervullen. Zoover ik kan oordeelen hebben we in Goeroe J. Karwoer een goed onderwijzer voor Mapane gevonden.

Het geheele jaar door hadden we reeds pogingen aangewend om het aantal schoolkinderen te vermeerderen. In December en nu in Januari is er beweging gekomen. De schoolthermometer is aardig gestegen. Het aantal schoolkinderen te Posso sprong van 13 op 40, onder wie ruim 10 Toradjasche kinderen. Todjo steeg van 18 op 29, Mapane telt nu 37 in plaats van 17 leerlingen. Panta bracht het van 16 op 32. Boejoembajaoe veranderde zijn cijfer 10 in 13; het getal leerlingen te Tomasa bedraagt thans 14, terwijl dat vroeger slechts 2 was. De school te Koekoe moest ik tijdelijk sluiten, omdat de Goeroe moet helpen aan den bouw van Br. Kruijt's woning. Er zijn op dezen onzen jongsten post ook reeds enkele candidaten voor de school.

Onze vrienden te Boejoembajaoe hebben voor eigen rekening een nieuw schoollokaaltje gebouwd; die te Panta het hunne gerepareerd en vergroot.

De lieden van Sawaka hebben dezer dagen aan Papa i Woente te kennen gegeven, dat zij een goeroe willen hebben. Ik moet echter nog op nader onderzoek uit.

Onze Assistent Resident, de Heer Engelenberg, opende ons de gelegenheid een school op Napoe te beginnen, maar ik heb nog geen vrijmoedigheid kunnen vinden daarop in te gaan.

. P e geheele Possostreek ligt nu voor ons open. Werk in overvloed.

'' onze arbeid slagen dan zal in nog menig dorp een goeroe ge-

Sluiten