Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezetten - zoo we maar onderwijzers hadden!) maakte een aangenaam slot aan liet samenzijn, dat naar wij bidden en hopen moge meegewerkt hebben om het Koninkrijk (fods ook onder de Bataks te doen komen.

3. Wongsa Karija van Wotgalih,

door Br. S. LUINENBURG.

Begin Mei ontving ik een aangenaam schrijven van den missionair-predikant Zwaan van Djocdja aangaande zekeren Wongsa Karija, inlandsch christen, afkomstig van middenJava. Hij berichtte mij, dat W. K. ten zijnent was geweest, met liet verzoek of hij niet genegen zou zijn eenige Javanen. die door W. K. met het Evangelie bekend gemaakt waren, den heiligen doop toe te dienen. Daar Wongsa Karija in het Madioensehe woont, kon Ds. Zwaan dat verzoek niet inwilligen, omdat het buiten zijn ressort is gelegen, reden waarom ik bovengenoemd schrijven ontving. Zoo spoedig mij dit mogelijk was, begaf ik mij naar Wotgalih. het gehucht, waar Wongsa Karija woont.

Zijne woning zag er povertjes uit. Een klein, laag huisje met atap gedekt, voor 't grootste deel gevuld met rustbanken (ambèn), van bamboe gemaakt, met waggelende pooten. Zoo'n ambèn is in den regel toegedekt met een mat en dient den Javaan zoowel voor slaapplaats, als voor tafel. Kasten zijn voor den eenvoudigen dessa-Javaan luxe artikelen, die men dan ook te vergeefs in zijn woning aantreft. De woning van mijn gastheer maakte eene uitzondering op den regel. Er stond een kast, bestaande uit een petroleumkist, waaronder lange, gespleten bamboe stokken, bij wijze van pooten. Die kast diende tevens voor lessenaar. De Evangeliën in het Javaansch, een kitab gambar (geïll. Bijb. leesboek), een rërëpen (gezangboek), enkele psalmen op Jav. dichtmaat en een nieuw psalmboekje lagen netjes op de lessenaar, terwijl de inhoud der kast afwisselend was; een beetje tabak in een pisangblad gewikkeld, enkele droge maïsbladen om daarin de tabak tot het zoo gewilde strootje te draaien, een leeg lucifersdoosje, een stukje beduimeld papier, een lombok (spaansche peper) en een stuk half afgegeten kaspé. In den hoek van 't vertrek stond nog een tafel met een stoel, die mij door mijn gastheer werd aangeboden.

Wongsa Karija is nog in de kracht van zijn leven. Hij vertelde mij, dat hij vroeger san tri (priester-leerling) was yeweest, doch door aanhangers van Sadrach tot andere gods-

Sluiten