Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij troffen het, dat de Camphuys een van de nieuwe booten is, waar de 2 de klasse heel goed is. De tafel is er dezelfde als in de eerste klasse; de hutten zijn ruim, maar men kan er onaangenaam reisgezelschap treffen, een euvel dat mijns inziens evenzeer van de eerste klase geldt. Ook in dezen hebben wij het echter zeer goed getroffen en kapitein Ponsen, een schoonzoon van zendeling van Dijken, deed alles om ons verblijf aan boord zoo aangenaam mogelijk te maken.

Maar ik mag niet al te uitvoerig worden en ga deze reis dus verder stilzwijgend voorbij.

15 Januari, 's avonds om half zes kwamen wij te Menado, waar Br. Notten was om ons af te halen en ons de volgende dagen van grooten dienst w y as bij het inklaren van onze goederen. 17 Januari haalden wij den Heer en Mevrouw van Boctzelaer af, die met de Raaf terugkwamen van hun bezoek van de Sangir-eilanden. De Heer van Boetzelaer moest dadelijk door naar Amoerang; mijne vrouw bleef nog een week te Menado om Mevr. van Boetzelaer, die licht ongesteld was, gezelschap te houden, terwijl Br. Notten en ik ig Januari naar Tomohon gingen.

Ik verzuimde nog U te vermelden, dat wij op onze reis naar Menado te Amoerang een bezoek brachten bij Br. Graafland, waar wij een zeer hartelijk onthaal vonden en waar wij de rijsttafel gebruikten.

Te Menado bracht ik een bezoek bij den Resident en bij Ds. Steller.

Te Tomohon heeft de Heer Louwerier zijn huis voor ons opengesteld en nu kunnen wij daar blijven tot wij een eigen woning hebben. Ook hiér zijn wij met bizonder groote hartelijkheid ontvangen en kunnen wij niet anders dan dankbaar zijn voor de buitengewone gastvrijheid.

Op raad van den Heer Louwerier heb ik aan alle Heeren Hulppredikers voorloopig schriftelijk kennis gegeven van mijne aankomst in de Minahassa. Sinds ik dezen brief begon zijn weer eenige dagen verloopen en ligt de vergadering met den Heer van Boetzelaer over de schoolkwestie reeds achter den rug. Hier had ik gelegenheid met alle Heeren kennis te maken en hun ook mijne vrouw voor te stellen. Zeer dankbaar was ik in deze vergadering te worden toegelaten en zoodoende een indruk van het schoolwezen in de Minahassa gekregen te hebben.

Na eenig zoeken hebben wij een vrij goed en tevens ruim huis gevonden, dat eerst met bezemen gekeerd moest worden. Het is 't huis van een van de goeroe's, die het voor ons verliet, en grenst aan de Roomsche kerk. Onze

Sluiten