Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ondank is 's wereldsloon. Dat ondervindt men hier maar al te zeer. Bij honderden hielp ik met medicijnen, en slechts zelden een woord van dank. Ja menige zwaar gewonde bleef stilletjes weg, zonder een enkel woord, zoodra men zag. dat de wond gesloten was. En als iemand overleed na behandeling, heb ik nog nooit een woord van dank gehoord. Ook in dit geval was het anders. Een brief van diepgevoelden dank ontving ik van Gerrit,. Lodewijks nu eenigen zoon, - hoofd der Gouvernementsschool te Roeroekan. En eenige dagen later kwam Ketsia de weduwe met haar oudste dochter mij bedanken voor al de liefde en zorg en bracht me nog een rijksdaalder als dankoffer voor de Zending, ter nagedachtenis van hem, die ons ontviel.

23 December 1906 stonden wij bij het graf van Nicolaas Sandah te Kakaskassen, Ook zijn heengaan heeft mij diep getroffen en mag een groot verlies genoemd worden voor die gemeente. Meer dan 2,5 jaar was hij onderwijzer, kort te Kajawoe. daarna te Kakaskassen. Zelden zag ik trouwer dienstknecht des Heeren. Steeds ijverig op zijn post, werkte hij met al de gaven hem gegeven. Zeker is er menig onderwijzer in de Minahassa, die meer uitblinkt in verstandelijke gaven, doch daarom werken niet allen met die toewijding en lust als hij gedaan heeft. Nooit hoorde men hem klagen, ook al waren de zorgen groot. Immers met een gezin van 18 kinderen, waarvan nu nog 13 in leven, en een traktement van ƒ 100 's jaars, begrijpt men wel dat geen vet soppen is. Toch wist hij zich buiten schuld te houden, en moest hij een enkelen keer om hulp aankloppen, dan ging dit zoo schoorvoetend en verlegen, dat ik hem maar halverwege tegemoet kwam. Toen voor de eerste maal de dood zijne woning binnentrad en een der kinderen wegnam, zeide hij tot zijne vrouw: „we hebben zoo menigmaal trachten te troosten en tot stille berusting opgewekt, laat onS nu toonen, dat dit geen ijdele klanken waren, en morren noch klagen, doch stil berusten in Gods daden". Hij was de vader van Apolonia, die in 1905 overleed, en waarover ik sc hreef in mijn jaarverslag over dat jaar.

Een tiental jaren geleden had Kakaskassen een Hoekoem toea — negerijhoofd noodig. Er waren heel wat liefhebbers voor die aanzienlijke negorij. Zonder zich candidaat te stellen werd hij met bijna algemeene stemmen - tegen zijn zin — gekozen. Slechts op mijn aandrang, dewijl ik er eene vingerwijzing Gods in zag, nam hij die benoeming" aan. Veel goeds heeft hij tot stand gebracht in die jaren, veel verkeerds afgeschaft of tegengewerkt. Rijk is hij er

Sluiten