Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat liet aantal sterfgevallen in dit dorp vrij groot was. Mijn besluit was genomen: hier geen onderwijzer. Ik deelde hun mijn gevoelen mede. Dien uitslag had men niet verwacht. Dat was een tegenvaller. Maar ik schafte raad.

Laat ons nu al te zaam gaan verhuizen naar den hooger ge 1 egen üostelijken oever der Poenarivier. Als Papa i Woente met de zijnen zich daar ook vestigt, kunnen we een flink dorp vormen. Deze keek mij glimlachend aan en zei: ,,En komen toean en njonja dan ook bijl ons wonen?"

Ja Papa dat willen we wel, maar dan heb ik eenige wenschen. Die moest ik laten hooren.

„Ziet, als ge inderdaad allen wilt samenwonen, dan moet er orde in dat nieuwe dorp komen: een breede straat in het midden, aan weerszijden daarvan de huizen met erven. (Tot tri toe liggen de Toradjasche huizen zoo willekeurig mogelijk dooreen en erven erom kent men niet.) Ge moet den bouw van een school en van een onderwijzerswoning op u nemen. Ik zal u een timmerman zenden om dien bouw te leiden. Het materiaal voor ons huis moet ge gratis aansleepen. En <en slotte : de Zondag moet in eere komen. Zes dagen moet ge in uw tuinen zijn, maar des Zondags moeten we in ons dcrp te zamen komen om tot God te bidden, opdat ons leven wel gelukke. Wilt ge dit alles aanvaarden?" Men had mij stil aangehoord. Al dit nieuwe schrikte hen wat af. Tot dusver deed ieder wat goed was in zijn oogen. En nu zooveel nieuwe regelingen, 'k Geloof niet, dat 'k het ver mis heb als ik zeg, dat velen zich gevoelden als die dikke Hollandsche boerin, die in een nauwsluitend corset werd gestoken.

Papa i Woente verbrak de stilte met te zeggen: „we zullen spoedig nog eens afzonderlijk vergaderen en alles nog eens «verwegen.

„Goed, maar dan morgenochtend voorloopig terrein gaan verkennen." De laatste stralen der zon schiterden nog door 't gebladerte, toen we gingen baden. Daarna gebruikten we gemeenschappelijk onzen maaltijd. Lang zaten we nog na te platen. Men vroeg mij van allerlei : over het dienen van God, over het optreden der soldaten. Ook of het geoorloofd was* twee vrouwen te bezitten, want een der aanwezigen da-cht er over een tweede vrouw te „nemen", aangezien de kinderen zijner eerste vrouw allen stierven. Wat lachten de aanwezige vrouwen, toen ik den vrager zei: ,,zoudt gij het goed vinden als uw vrouw twee mannen er op na ging houden?" Neen maar, zoo iets vond men ongerijmd, want zelfs bij de voorouders was zoo iets nooit voorgekomen.

Den volgenden morgen waren we al vroeg op pad en door-

Sluiten