Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgeslagen, waarin ze dit jaar verblijven. Na den oogst 1907 worden deze hutten geleidelijk vervangen door de eigenlijke woonhuizen. Waarschijnlijk zal het aantal zielen in d'i dorp niet ver beneden de duizend blijven. Een mooi getal, als men bedenkt, dat het grootste dorp in de Possostreek tot dusver nog geen 300 zielen telde.

Een oogenblik waren we bevreesd, dat van de geheele dorpsstichting niets zou komen. Men kwam mij nl. verschrikt vertellen, dat een der lieden verpletterd was door een der omgekapte boomen. Enkelen zagen hierin geen gunstig teeken: de goden waren vertoornd over de verhuizing. Maar de hoofden zeiden : wel neen, 's mans bestemde tijd is gekomen. Als de lanioa vertoornd waren over onze verhuizing, zouden zij zich zeker niet op dézen makker gewroken hebben, want hij kwam juist zeer zelden op om met ons saam te werk in. Pan zou wel een der voorstanders van de verhuizing zijn gedood. Deze redeneering was het eind van alle tegenspraak. Met een gerust hart ging men weer aan 't werk.

Zelf hopen we in de 2e helft van 1907 ons nieuwe huis te Kasiguntju te betrekken. We kunnen dan de leiding zelve goed in handen nemen.

Nu er één schaap over den dam is, volgen er meer. Het voorbeeld van Papa i Woente werkt goed. Niet één dorp var eenig belang in de to Pebatostreek blijft op zijh oude plaats ; allen zoeken de vlakte.

Het optreden van Commandant Voskuil met de zijnen komt ons werk zeer ten goede. De expeditie heeft de Toradja's uit hun slaap wakker geschud. Er is een heilzame schrik onder hen gevaren. Bovenal de vrede is in de Possostreek verzekerd : vrij van Loewoe, dat allen vooruitgang tegenhield, en geen druk meer van de roofzuchtige to Napoe. Men kan zich nu vrij ontwikkelen. De expeditie is — hoe tegenstanders ook over haar mogen oordeelen — voor de Possostreek een zegen geweest.

De to Lage en de to Eano hebben allen reeds aan Commandant Voskuil te kennen gegeven, dat zij bereid zijn hunne vestigingen op de bergtoppen te verlaten. Maar 't is wenschelijk, dat deze verhuizing geleidel ij k geschiedt. Itj elke nieuwe vestiging wil men nu een onderwijzer. Het aantal scholen kan dus binnen eenige jaren aanzienlijk uitgebreid worden. Daarom zijn we dankbaar, dat het Genootschap besloten heeft om twee broeders, die in 1908 kunnen uitgaan, voor de Possostreek te bestemmen, 'k Voeg er echter aan toe: dankbaar, maar niet voldaan!

Een zendeling-onderwijzer is hier broodnoodig, want de tijd voor een eigen opleidingsschool is gekomen. We kunnen

Sluiten