Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tiu onderwijzers gaan vormen, die gekozen worden uit de Tcradjasche jongens zeiven. Bovendien is de vraag naar s(;holen in de Toniinibocht en op verschillende kustplaatsen zeei dringend. De Heer Engelenberg ziet gaarne, dat alle scholen in zijne afdeeling onder leiding der zending komen. Daartoe steunt liij met de daad. Yan de financiëele zorgen zul het Genootschap voor een groot deel worden ontheven. Maar tot nu toe kon de zending nog geen voldoenden steun aanbieden. Voorts zijn de nog heidensche landschappen IN'apoe, Bada, Besoa e.a. door het optreden van het Gouvernement opengesteld voor ja voor wie? Dat is de groote

vraag. Zal het Kruis of de halve maan in die streken geplant worden? Als Christus' vredeboden daar niet de boodschap van hun Meester brengen, doet stellig Mohammad er zijn intrede. En we weten „wat hij eenmaal heeft gevat, verstijft, gaat dood en laat hij niet zoo gemakkelijk weer los."

We zijn hier genoodzaakt tot uitbreiding, willen we niet sterven. Niet voorwaarts, beteekent hier noodwendig: achterwaarts. In Midden-Celebes kan voor een goed deel de geschiedenis van Bolaang Mongondou nog voorkomen worden, omdat de Islam nog geen vasten voet heeft in het bovenland.

Dit jaar zijn de Toradja's begonnen met het betalen van belasting aan de landschapskas, 1 rijksdaalder 's jaars. Menig belastingbetaler zal glimlachen als ik beweer, dat dit opbrengen der belasting zoo uitnemend werkt. Toch is het zoo. Vroeger voerde een Toradja na het oogsten eenige maanden ongeveer niets uit. Dat was de tijd van heen en weer trekken, van feesten. In één woord: men liet zich gaan. Met niets doen had de Toradja het druk. Nu. gaan velen na het oogsten het bosch in om rotan te snijden, om het daarna aan het strand te verkoopen. Anderen vellen zware boomen en hakken ze tot prauwen. Velen gaan de klapperh inen van lieden aan 't strand van onkruid zuiveren. Zoo kcmt de Toradja in beweging, betaalt zijn belasting en houdt dan nog wel wat over om een baadje of broek te koopen.

Maar 't spreekt vanzelf, dat men nu minder tijd krijgt om ïeest te vieren. Eigenaardig is bet zeker, dat dit jaar de dcodenf eesten bijv. veel minder in aantal waren dan vorige jaren. Ook wordt er minder verbrast, want verscheidenen verkoopen een deel van hun rijst, ook wel karbouwen om belasting voor de hunnen bij elkaar te scharrelen. Met rijst en karbouwen werd tot dusver schandelijk omgesprongen. En natuurlijk nog wel. Zoo woonde ik bijv. in 't begin van dit jaar nog een doodenfeest bij, waarop in 7 dagen tijds o.a. 50 karbouwen werden geslacht. Maar toch is er vooruitgang, 't wordt beter.

Sluiten