Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aandenken aan het zilveren jubileum zou worden aangekocht, en werd namens het Bestuur der School in Nederland een prachtige regulateur aangeboden, voorzien van een zilveren plaatje met 'de jaartallen 1881—1906.

En daarmee was de plechtigheid afgeloopen.

Bij een daarna in de gebouwen der Inrichting gehouden receptie richtte de Directeur der School nog het woord tot den Heer Louwerier, om hem te danken voor het vele door hem gedurende 25 achtereenvolgend© jaren als commissielid gedaan voor de Meisjesschool en uitte den wensch, dat hij nog lang als zoodanig aan de Inrichting verbonden mocht blijven.

Dat het dien dag de schoolkinderen niet aan de noodige versnaperingen ontbrak, al was dan ook van de oorspronkelijk bedoelde feestviering afgezien, behoeft zeker wel geen afzonderlijke vermelding."

Ik behoef hier niets anders bij te voegen dan dat door een -vriendelijke attentie van onzen Majoor (distriktshoofd) het kerkerf feestelijk met vlaggen versierd was ; terwijl in de leerkamer, waar de receptie gehouden werd, schilden prijkten met de namen van hen, die op 1 November 1881 en op 1 November 190G als Bestuursleden in Nederland, als Commissieleden in de Minahassa en als Personeel aan de school verbonden waren.

Een afzonderlijke vermelding verdient zeker wel het feit, dat twee van die namen op beide schilden (van 1881 èn van 1906) voorkwamen, nl. die van de HH. Mr. J. v. Gennep, te ~'s Grravenhage en J. Louwerier, te Tomohon, respectievelijk Voorzitters der Commissie van Beheer in Nederland en der Commissie van Bijstand in de Minahassa.

Een eere-saluut aan die beide mannen, die vijf en twintig jaren achtereen hebben gedaan, wat in hun vermogen was om den bloei der School te helpen bevorderen.

Mogen al de goede wenschen, die op 1 November voor onze Inrichting werden uitgesproken, in vervulling treden!

Ons vorig jaarverslag maakte melding van 111 leerlingen, 9(' internen en 21 externen; op het oogenblik bedraagt het aantal eveneens 111, waarvan 94 intern en 17 extern. We zijïi er dus niet op achteruitgegaan; eer het tegendeel! Bedroeg in het vorige jaar het aantal interne leerlingen gemiddeld 86, in 1906 was het gemiddeld aantal internen 96, we zijn zelfs tot 100 toe geweest, wat dus op vooruitgang wijst; maar het is een vooruitgang, die tevens zijn bedenkelijke zijde heeft, want om onze School voor zoo-

Sluiten