Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijzigen. Hetgeen toch de reeds meermalen genoemde zendeling-reizigers van 1866 schreven, nl. dat met de plaatsing van Controleurs eene weldaad aan het volk van BolaangMongondow zou worden bewezen (Med. XI pag. 293), is geheel bewaarheid. Ook hier is weder ten volle gebleken, welk een zegen ons Bestuur met zich medebrengt. Eene vergelijking van den tegenwoordigen geordenden toestand met het wanbestuur van vroeger, doet dit allergunstigt uitkomen. Vooral treft dit, omdat de nauwere aanraking van 't Gouvernement met Bolaang-Mongondow, waarbij niet alleen de hoofden, maar ook de bevolking iets van de „Compania" merkte, van zoo'n betrekkelijk jongen datum is.

Wel werd reeds veertig jaar geleden de wenschelijkheid betoogd om hier Controleurs te plaatsen, doch het zou nog ettelijke jaren duren, aleer het hiertoe kwam. Sedert een tiental jaren maakte Bolaang-Mongondow deel uit van de Afdeeling „Noordkust van Celebes" en stond dus onder 't toezicht van een Controleur, maar de uitgestrektheid dezer Afdeeling in aanmerking genomen is het zeker niet te verwonderen, dat wel de kustplaats Bolaang nu en dan door dezen Controleur werd bezocht, doch de hoogvlakte moeielijk in eene reisroute scheen te kunnen worden opgenomen. Dit belangrijkste deel van Bolaang-Mongondow bleef tenminste steeds van zulk een bezoek verschoond.

In 1901 werd echter Bolaang-Mongondow onder een afzonderlijken Controleur gebracht. Dit was eene groote schrede voorwaarts in de goede richting. Maar nog beter was het, toen de eerst te Bolaang wonende ambtenaar zich op de hoogvlakte ging vestigen. Dit had Bolaang-Mongondow noodig en zou de bevolking een geheel ander idee van het Nederlandsche gezag doen krijgen dan tot nu toe het geval was. Van een aantal verbeteringen werden zij nu getuigen. Om te beginnen werd er een groote verandering in het zelfbestuur van Bolaang-Mongondow gebracht. De toenmalige radja R. M. Manoppo werd ontslagen, beschuldigd van tal van misdadige handelingen, en vervangen door Datoe Cornelis Manoppo, die den 2 October 1905 definitief in zijn ambt werd bevestigd. Het lot van door een ander vervangen te worden, ondergingen vele der toen fungeerende hoofden. Tevens werd inkrimping van het aantal bestuurders noodig geoordeeld en derhalve menig ambt afgeschaft. In die dagen toch werden hier gevonden: een radja, een djogoegoe, twee presidenten radja, drie kapiteins-laut, vier panghoeloe's, en voorts bobato's, sangadi's, kimelaha's, kapiteins radja negeri, kapiteins radja dimoeka radja, hoekoem-majoor's, majoors,

11*

Sluiten