Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toch kon Kjaï Sagêtó niet verhinderen, dat van zijne familieleden mede tot het Christendom overgingen. En wat gebeurde er nu? Een van die Christen geworden familieleden, een weduwe, misdroeg zich. Het is reeds eenige jaren geleden, dat zij tot groote ergernis van de gemeente, oók van Kjaï Sagctl&'s familie, openlijk ging samenleven met een gehuwden Christenman, en bij hem een kind kreeg. De voorganger en de oudsten deden al het mogelijke, om het kwaad tegen te gaan. Maar Kjaï SagS,l& moedigde ze aan, tevens de doodsklok over de gemeente te Soembër-gondang luidende. Hij toch meende, dat die beiden nu wel de andere Christenen in hunne ongebondenheid zouden meeslepen.

Maar dat kwam anders uit! Zelfs boven mijn verwachting kwam de zaak in orde. De man, die zoo zwaar gezondigd had, deed boete, en verzoende zich met zijne vrouw. En de weduwe, die zooveel ergernis had gegeven, keerde mede. tot de gemeente terug.

Dit schijnt onze Kjaï tot nadenken gebracht te hebben. Hij knoopte de oude vriendschap met Kjaï DipS. te Ngasëm weer aan, hij bezocht den voorganger in diens huis, vroeg hem zelfs vergeving voor al de moeite, die hij hem gegeven had, en kwam na eenigen tijd met het verzoek voor den dag, om Christen te worden.

Toen ik dit alles wist, begreep ik ten volle de groote belangstelling, die de gemeenteleden bij dezen overgang aan den dag gelegd hadden. Het Christen worden van onzen Kjaï was tevens zijn herstel als hoofd der familie. En mede als zoodanig is deze overgang niet van beteekenis ontbloot.

Bij de Javanen is van een stamverband niets meer overgebleven. Overgangen tot het Christendom in massa, zooals bijv. in de Minahassa en onder de Battaks, zijn dan ook op Java niet denkbaar. Over het familieverband kan men niet zoo maar in het algemeen een uitspraak doen. Vooral in de groote steden, in de fabriekscentra's op de koffieperceelen vindt men gezinnen en individu's, die als los zand aan elkaar hangen. Maar daar zijn ook desa's op Java, waarbij het begrip „desa" gelijk staat met „familie". In sommige desa's vindt men twee of meer familie's, tusschen wie meestal eenige wrijving bestaat, zoodat dan uit deze, dan uit gene familie de loerah (dorpshoofd) gekozen wordt. In hét algemeen treft men, al wat familie is, bij elkaar wonende in één wijk; soms ook op een of meer erven naast elkaar (Med. dl. 50 blz. 126). Van de eerste Christenen werd gezegd, dat het bijna allemaal familie van elkaar was.

Zoo is er dus onder de Javanen nog al verscheidenheid,

Sluiten