Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkte als olie op de baren. Men besloot de pajoengkwestie maar te laten rusten.

Het was wel opmerkelijk, ook nu weer, die twee stroomingen duidelijk te voorschijn te zien treden. De ouderen, nog doortrokken van den ouden communistischen geest, alles verwachtende van de gemeenschap, de jongeren daarentegen meer op eigen kracht en initiatief steunende.

In den loop van de maand Mei ontvingen wij de eerste oplage van onze „lajang pranita" (Gemeenteregeling). Daarvan zijn reeds verkocht 233 exemplaren a ƒ 0,30. Het is thans nog niet de tijd, om te spreken over de werking van dit geschrift in de gemeenten. Ter gelegener tijd, wanneer eerst meerdere gegevens mij ten dienste staan, hoop ik daarop terug te komen. Maar het heeft mij verblijd, dat verscheidene broeders zendelingen, — ook buiten ons Genootschap, — zich het boekje hebben aangeschaft. Van klakkeloos overnemen kan geen sprake zijn, ook omdat het te zeer voor plaatselijke behoeften is saamgesteld; maar allicht vinden zij er iets in, dat ook in hun ressort toegepast kan worden.

Nog op een andere aangelegenheid moet ik de aandacht vestigen. Ik bedoel de gemeenteboeken. Wij hebben hier het oude boek van Jellesma, loopende van 1843 tot uit. 1855, en bevattende het doopregister met 2232 nummers, het lidmatenregister met 1393 en het trouwregister met 454. Blijkens eene aanteekening is sedert 1856 de Oost-Javazending in drie takken gesplitst: Malang, Këdiri en M&djê.warna. Sedert dien tijd waren de aanteekeningen gehouden in folio schrijfboeken van verschillende dikte, waarvan sommigen reeds zeer beschadigd. De vrees bestond, dat na eenige jaren stukken verloren of in het ongereede zouden raken. Toen nu einde 1905 een zendingsvriend mij een som gelds zond met de bedoeling die voor het werk hier te besteden, stelde ik aan den kerkeraad voor, nieuwe boeken aan te schaffen.

Dit geschiedde! Het eerste boek bevat alles, wat het oude boek van Jellesma inhoudt. Dan volgen twee doopboeken, elk met 10.000 nummers; één lidmatenboek met 5000 nummers en een trouwboek met 2500. Het was een reuzenarbeid alles over te schrijven. De secretaris van den kerkeraad, tevens onderwijzer, werd daarmede belast, tegen behoorlijke vergoeding. En hij heeft zich met trouw en nauwgezetheid van zijne taak gekweten. Gereed zijn nu: het boek van Jellesma, het doopregister en het trouwregister. Aan het lidmatenregister wordt nog dagelijks gewerkt.

Sluiten