Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zien. Te Kotobangon, Po'po', Nonapan en Nanasi komen er betrekkelijk veel, maar in de andere plaatsen laat dit te wenschen over. De reden hiervan is niet ver te zoeken: een meisje heeft nu eenmaal geen meerdere kennis noodig dan voor koken en tuinarbeid wordt geeischt. En daar de meeste meisjes de hiervoor noodige vaardigheid veelal reeds bezitten, als ze nog te jong zijn om de school te bezoeken, is 't niet te verwonderen, dat het schoolgaan heelemaal overbodig wordt geacht. Dat niet alleen gewone menschen, maar ook adellijken van 'dit gevoelen zijn, bleek o.a. toen mijn vrouw eenige „prinsessen" voorstelde te leeren lezen enz. Glimlachend werd dit van de hand gewezen. Een, die getrouwd was zei dan nog: de anderen zouden desnoods zooiets kunnen doen, maar als men al een man had, waren deze dingen onnoodig.

„En wat verwacht ge nu in de toekomst van die scholen ? Zullen die het gewenschte resultaat 'hebben ?" is misschien iemand geneigd te vragen. Laat ik hierop mogen antwoorden, dat ik liever niet fantaseer over hetgeen de scholen tengevolge kunnen hebben; beter dan dadelijk te groote verwachtingen hieraan vast te knoopen, schijnt het me toe af te wachten en toe te zien of God misschien ook een zegen in dit zeer zeker gebrekkige werk wil leggen. Gebeurt dit, dan zal er iets heerlijks voor 't volk van Bolaang-Mongondow uit opbloeien.

Mijn werk bepaalde zich in hoofdzaak tot de hoogvlakte. Slechts een enkele maal nam ik verderop een kijkje. Zoo bezocht ik o.a. Doemoga-bësar, de Noordkust, de Zuidkust en bij wijze van ontspanning ook het groote ± 3250 voeten boven zee gelegen meer Danow moöat (— water waar steenen zijn; oat = rolsteen, steen van een rivierbedding).

Doemoga-bësar ligt eigenlijk ook wel op de hoogvlakte, maar daar het bijna dertig paal van hier verwijderd is, noem ik het niet in een adem met de twee en dertig dorpen, aan welke toch allereerst wordt gedacht bij 't noemen van de hoogvlakte.

Bij mijn bezoek aan deze plaats had ik gelegenheid op te merken, welk een ideale plaats zij zou zijn voor de vestiging van een zendeling, zoo hij tenminste alleen Doemoga-bësar zou hebben te verzorgen. Dit dorp toch telt ruim 1500 zielen, is bijna nog geheel heidensch, van 't rumoer en de slechte invloeden van buiten vrijwel afgesloten en ligt aan de groote rivier Ongkag Doemoga. Het volgend jaar hoop ik hier eene school te kunnen openen.

Mijn reisje naar de Noordkust — waarmee eene week

Sluiten