Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemoeid was — had ten doel de scholen aldaar te bezoeken en tevens kennis te maken met de luidjes in dié plaatsen. Br. J. S. de Vries deelde reeds het een en ander over Mariri enz. mede en dus kan ik volstaan met te zeggen, dat ik met aangename indrukken van daar terugkeerde en het werk hoopgevend vind.

In November bezocht ik de Zuidkust en wel de plaatsen: Molobog, Motongkad, Togid, Tombolikat, Kajoemojondi, Loeak en Kotaboenan. De weg, die tot voor korten tijd zeer moeilijk te begaan was (zie Med. XI pag. 246 en v.v.), is nu, een enkel gedeelte daar gelaten, goed te noemen. In twee dagen en zoo het moet in één dag — is Kotaboenan te bereiken. In laatstgenoemde plaats heeft men reeds eene school. Aangespoord door het tot stand komen van zoovele scholen op de hoogvlakte, richtte de panghoeloe A. P. Mokoginta, het meest ontwikkelde hoofd van BolaangMongondow, er ook in zijn district eene op. Met ingang 1907 wordt deze eene Genootschapsschool. Ook te Motongkad en te Noeangan zullen waarschijnlijk het volgend jaar onderwijzers geplaatst kunnen worden. Het is jammer, dat sommige dorpen van het district Kotaboenan, dat in 't geheel slechts 4679 zielen telt, niet alleen zoover van elkaar liggen, maar soms ook moeilijk te bereiken zijn.

En hiermede meen ik voor dezen keer genoeg gezegd te hebben over Bolaang-Mongondow en het zendingswerk alhier. Van groote dingen, van een vragen en verlangen naar geestelijke zegeningen kon ik niet gewagen. Niemand zal daaraan ook denken, vermoed ik. Hoe toch zou men reeds van goede verwachtingen van den oogst kunnen spreken, als er nog niet eens is gezaaid? We beginnen pas met het omkappen van 't bosch, en eerst als dit is gevallen en ook het struikgewas en het gras zijn uitgeroeid en de grond is bewerkt, kan er met zaaien een begin worden gemaakt. En als dan, na de uitstrooiïng van het zaad, God regen en wasdom schenkt, ja dan zullen ook hier eens witte velden worden aanschouwd, waarvan de oogst juichend door de Engelen zal worden binnengehaald. Zoo worde het!

3. Brand te Langowan (Minahassa).

In de „Tjehaja Sijang", die te Menado om de 14 dagen uitkomt, wordt door zekeren Manoppo een uitvoerig verslag gegeven van den grooten brand, die 22 Augustus jl. te Langowan, de standplaats van onzen Br. M. Brouwer, woedde. De ruimte laat niet toe het geheele verslag op te nemen.

„Reeds brandden al vier groote huizen" zegt Manoppo, „terwijl van alle kanten het vuur viel op het huis van den heer Brouwer. De kweekelingen begonnen het dak weg te nemen, maar konden niet van wege het vuur. Al wat op het

Sluiten