Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat land nader te leeren kennen, teneinde eenigszins voorbereid te zijn, wanneer het Zendelinggenootschap er toe over zou kunnen gaan om eene uitbreiding van het werk naar het Oosten voor zijne rekening te nemen.

Deze reis wilde ik ook dienstbaar maken aan een ander doel. Het aantal scholen in heel Midden-Celebes neemt steeds toe, en daardoor zal eene schoolkaart van het middengedeelte van dit groote eiland spoedig noodig zijn. Ik heb daarom groote stukken van dit land opgemeten, en in kaart gebracht, zoodat wij ons nu in dat terrein kunnen oriënteeren.

Ik kan U van het land gemakkelijk eene voorstelling geven, zonder dat er eene kaart bij noodig is. Stel U voor, in het Noordwesten eene groote vlakte, waarvoor men een flinke dagmarsch moet maken om haar door te trekken. Dan verder een kleinere vlakte in het Noorden, die niet veel voordeel aan de menschen oplevert, waarom zij dan ook maar weinig bewoond is, omdat zij in den regentijd voor het grootste deel onder water staat. Eindelijk is er in het Zuidoosten nog eene vlakte, ongeveer van gelijke grootte als de eerstgenoemde. Wanneer gij U dan tusschen die vlakten onderling woeste bergen denkt, dan hebt gij eenige voorstelling van Mori.

Het Morische gebergte kunt ge U niet te woest voorstellen. Daar lagen vroeger de dorpen der Boven-Moriërs. In de verhalen van de Possoërs over hunne krijgstochten naar Mori komen herhaaldelijk mededeelingen voor, hoe men alleen langs ladders de rotsen kon over- en opkomen om een dorp te bereiken. Nu is alles veranderd: een groote weg gaat ^an Possoland door Mori naar de bestuursvestiging van dit landschap, Kolono Dale aan eene golf van de Molukkenzee. In de vlakten en aan dezen grooten weg zijn nu de meeste dorpen gelegen, en voor een aanstaanden zendeling van Mori zal het bezoeken van deze dorpen geen bezwaar opleveren. Men kan al dadelijk uit de namen der dorpen opmaken, welk eene verandering in dit opzicht heeft plaats gehad: de namen van een groot aantal oude dorpen waren samengesteld met „berg"; zoo had men: „Kuikendiefberg", „Boschberg", „Ijzerberg". Maar nu zijn de namen van vele dorpen samengesteld met „vlakte", zooals „Varkensvlakte", „Schoudervlakte", „Hibiscusvlakte", en dergelijke.

Toen ik op reis zou gaan had ik niet de minste moeite om metgezellen te krijgen. Er was veel lust om met mij mede te gaan en dit had zijn reden. In het Zuidelijk deel

Sluiten