Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evenwel, de Moriërs heetten onvertrouwbaar, en daarom ging geen enkele Civielgezaghebber het land door zonder een stevig geleide van soldaten. Maar dit geleide verhinderde elke toenadering van de menschen tot hun bestuurder. De tegenwoordige Civielgezaghebber, de heer Beukers, die als luitenant Possoland heeft leeren kennen, heeft dit begrepen. Hij liet de soldaten thuis; hij bemoeit zich veel met de hoofden, legt hun zijne bedoelingen uit; en tegelijkertijd staat hij er op, dat zijne bevelen nauwkeurig worden opgevolgd. De menschen beginnen vertrouwen in hem te stellen, en hij brengt het land vooruit.

De Civielgezaghebber van Mori had last gegeven, dat het hoofd van ieder dorp mij naar de naastvolgende vestiging moest geleiden. Het hoofd van de plaats waarheen wij gingen, kwam mij gewoonlijk een eind tegemoet, schuchter en verlegen. Ik legde hem dan in het kort uit, wat ik kwam doen, ik noodigde hem uit eens door den kijker van het meettoestel te kijken; en wanneer hij dan door den kijker de noten kon zien van een kokosboom, die heel ver afstond, was het ijs ineens gebroken. In elk dorp hield ik korter of langer op, ging in het huis bij het hoofd, waar dan spoedig meer dorpelingen kwamen; ik informeerde naar eenige dingen, waarin de menschen belang stellen, naar hun rijst, hun buffels en hun kinderen. Ik hielp hen met medicijn, als er een zieke was. Kortom ik deed alles wat iedere zendeling gewoon is te doen, en door al die eenvoudige, doodgewone dingen was het vertrouwen van deze menschen spoedig gewonnen. „Deze Hollander is heel anders dan de anderen", merkte men tot elkaar op, „bij dezen durven wij te lachen en te praten; deze komt bij ons in huis, en vertelt ons een en ander".

Het vertrouwen der menschen uitte "zich ook hierin, dat men met allerlei aangelegenheden bij mij kwam. Ik moest bij den Civielgezaghebber de voorspraak zijn voor eene weduwe en haar kind ; deze vrouw wilde gaarne verhuizen naar het Possosche, maar het hoofd van het dorp, waar zij nu woonde, verzette er zich tegen.

Een Morisch dorpshoofd kwam mij met tranen in de oogen vertellen, dat het distriktshoofd hem wilde dwingen naar eene plek te verhuizen, die een paar dagen loopens verwijderd is van zijne voormalige woonplaats. Ik onderzocht deze aangelegenheid ter plaatse; het verzoek leek mij alleszins billijk, en ik droeg de zaak aan den bestuursambtenaar voor met gunstig gevolg.

Van een ander moest ik een lang buffelverhaal aan-

Sluiten