Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„na onze aankomst ontvingen wij menig bezoek van leden „der gemeente (mannen en vrouwen), die begeerig waren „ons te zien, en zoo ook was de eerste catechisatie voor „volwassenen bij mij aan huis, en vooral de kerk, op den „eersten Zondag na mijne komst, buitengewoon druk be„zocht, omdat meii getuige wilde zijn van mijn eerste onder„wijs. Dit alles was dus veel meer aan- dan ontmoedigend. „Nochthans, op hoe hoogen prijs ik het een en ander stelde, „toch kon ik mij daardoor niet tot te schoone verwachtingen „laten verleiden. Daartoe waren de berichten omtrent Modjo„warno c.a. te zeker en te helder, en weet ik ook al te goed, „hoeveel gemakkelijker de Javaan hulde bewijst dan trouw. „Waaruit zou ook zulk eene plotselinge omkeering van zaken „te verklaren zijn geweest?"

Erg optimistisch was Br. Kruyt dus niet gestemd, al vond hij te Modjo-warno veel, dat te prijzen was. De kerk was voltooid, de school viel hem mee; de inlandsche helpers leert hij waardeeren. De gemeente telde in die dagen 712 zielen (thans meer dan 2500).

Hoe krachtig is die gemeente vooruitgegaan onder zijne trouwe en degelijke leiding. Als hij in 1903 wegens gevorderden leeftijd meent het werk aan de leiding van jeugdiger krachten te moeten overlaten, schrijft zijn zoon vol piëteit over zijnen vader:

„In vele opzichten is 1903 een hoogst belangrijk jaar „geweest. Mijn vader, die — in 1858 als zendeling uitgevonden — in 1864 het werk van Br. Hoezoo overnam, heeft „ons verlaten. Behalve een verlof in 1872 en een voor eenige „maanden in 1895, verder eene waarneming van den werkkring Malang van 1888 tot 1889, heeft hij de Zending te „Modjo-warno gediend. Ruim 20 jaren had ik het voorrecht „mijn vader ter zijde te staan, te zamen arbeidende in een„heid van geest. En God heeft het werk te Modjo-warno „gezegend! Wij wenschen hier geen uiting te geven aan „persoonlijke gevoelens, genoeg zij het, wanneer wij zeggen, „dat er diepe weemoed was in onze harten, toen de ure van „scheiding sloeg.

„Evenwel hoezeer wij het ook anders zouden gewenscht „hebben, wij houden ons overtuigd, dat in dezen niet naar „eigen begeerte, maar in het werkelijk belang van den arbeid „is gehandeld. Velen toch schijnen te meenen, dat een zendeling op zijn post moet blijven totdat God hem oproept. „Is dit misschien onder zeer bijzondere omstandigheden te „verdedigen, in de meeste gevallen kan dit niet geacht

Sluiten