Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er aan. Maar nu vraag ik u of het in orde is, dat wij buigen voor wat wij zelf maakten? (— sommigen lachen —). Bovendien, bij verhuizing neemt gij die bananen mee om ze elders weer te planten. Ge neemt dus uw goden op den rug en straks aanbidt gij deze weer. Is dat goed? (— dat zegt ge terecht, maar zoo doen wij nu eenmaal -—). Hoort, ik maak er u geen verwijt van; van huis uit weten wij niet anders. Van onze grootouders hebben het onze ouders overgenomen, dezen hebben het ons weer voorgedaan. Maar nu vraag ik u of wij op den goeden weg zijn. (— ge hebt gelijk; het is zooals ge zegt, maar wat te doen? •—) Ik ga verder. (— ja, doe dat —). Als wij ziek zijn, dan wijten wij dat den een of anderen geest, b.v. den vertoornden beschermgeest van het gezin. Wij vreezen dien geest als onzen tegenstander, die ons niets gunt. Maar ga nu eens na, (— ja, wij luisteren —). Daar komt b.v. de kalimboeboe (dat is het hoofd van de familie of degene, die als zoodanig beschouwd wordt) naar uw dorp en huis. Hem ter eere bereidt gij een maaltijd. Als alles klaar is eindelijk, kan men beginnen; doch neen, vóór iemand iets tot zich neemt, wordt eerst een weinig van de gerechten genomen en ter zijde geworpen, voor den jaloerschen geest bestemd en wel om dien tot vriend te houden. Dus, voordat zelfs de vriend, voor wien de maaltijd is aangericht, iets kan nuttigen, wordt deze tegenstander bediend. (— ja, nu gij dat zegt, zien wij het ook in —). Wij eeren daarmede geenszins onzen vriend, het hoofd der familie, die ons genegen is." Nadat wij de lieden hierover eerst eenigen tijd hebben laten spreken met elkaar, vervolgt onze Evangelist: „Laat ik nog eens iets mogen zeggen. (— ja, ga door —). Als iemand van ons gezin sterft, nemen wij afscheid van den overledene, voordat het lijk het huis wordt uitgedragen. Eene der oudsten in de familie of de priesteres neemt wat sirih-bladeren of elders wat spijzen, en deponeert deze op het lijk met de woorden: dit is het scheidingsteeken tusschen u en N.N. Spreek hem of haar niet meer aan. Dit wordt zoo dikwijls herhaald, als er leden van het gezin zijn. Nadat op de begraafplaats de maaltijd is afgeloopen, het lijk is begraven of, zooals elders, verbrand, dan gaat men weer huiswaarts; echter niet dan nadat andermaal afscheid is genomen van den gestorvene. Daartoe wordt een streep getrokken tusschen de plaats van het graf en de vertrekkenden, of ook er wordt een tak of struik in den grond gestoken, en wederom worden de namen van de leden van het gezin genoemd en telkens gezegd: hier is het scheidingsteeken tusschen u en N.N., gij gaat ter linker, N.N. ter rechter zijde. Nooit moogt gij hem of haar

Sluiten