Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijnt te verplaatsen. Toch is het gewoonlijk met een zwaar hart, dat ik mij naar Bo'e begeef. Dit dorp is eene vesting van het heidendom door een aantal beroemde priesteressen, die hier wonen. Dezen komen zeiven nooit in de bijeenkomst, en haar invloed op de overige inwoners is wel te merken, zoodat het Evangelie nog met onverschilligheid wordt aangehoord.

Misschien maakt hierop eene uitzondering het dorpshoofd. Deze flinke jonge man antwoordt gewoonlijk goed op de vragen, die wij gewend zijn te doen over hetgeen den vorigen Zondag is verteld. Omtrent dit hoofd vond ik in het dagboek van den onderwijzer van Koro Bono opgeteekend: „7 Augustus. Ik kreeg bezoek van Lanti (het „hoofd van Bo'e).Deze vertelde mij, dat hij vroeger nooit „in de bijeenkomsten wilde komen; maar dat hij ze sedert „twee jaar geregeld bezocht. Hij zeide, dat hij aanvankelijk „niet op de gestelde vragen wilde antwoorden; niet omdat „hij het antwoord niet wist, maar omdat hij niet wilde. „Toen vertelde hij mij geregeld en juist het verhaal, dat hij „het laatst had gehoord, namelijk van Paulus en Silas te „Filippi. Hij deelde mij ook mede, dat hij meermalen ,,'s avonds na het akkerwerk onderzoek deed bij zijne huis„genooten, of zij nog wisten, wat er verteld was, en als zij „het vergeten waren, herhaalde hij alles nog eens".

Nu hangt in zake het Christendom heel veel af van de houding van het dorpshoofd; maar in Bo'e is het een ander geval. Dit hoofd is geen stamgenoot, maar iemand uit Lamoesa (dorp Koro Bono), en dat men in dagelijksche aangelegenheden naar hem luistert, komt omdat hij met het eenige kind van het voormalige opperhoofd dezer menschen is gehuwd, omdat hij een afstammeling is van het radjahuis van Lamoesa, dat in zekeren zin de heer was van de menschen van Bo'e, en omdat hij persoonlijk een energiek man is. Maar veel invloed op de geestelijke zaken kan hij niet hebben.

Toen in de maand October de Civiel-Gezaghebber van Mori met een paar voorname Morische hoofden te Pendolo was, werd ook een bezoek gebracht aan Bo'e. Deze eer had het dorpje te danken aan de omstandigheid, dat in de buurt van dat dorp eene groote koffietuin is aangelegd, die er goed voorstaat. Dit hebben de menschen van de drie besroken dorpen gedaan; uit de opbrengst van dien koffietuin zal later een dorpsfonds worden gesticht, waaruit de kosten voor de school, en andere uitgaven in het belang van het dorp zullen worden bestreden. Ieder dorp heeft nu zijn

Sluiten