Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat wij dit niet doen, dat wij geduld hebben, dat wij met blijdschap voortgaan, is niet onze verdienste. Het is de kracht Gods, die in onze zwakheid wordt volbracht. Telkens en telkens laat God het ons zien, dat wij bezig zijn met Zijn werk. Waar het Evangelie gepredikt wordt, blijkt het telkens weer te zijn een kracht Gods tot behoud. Menschenharten worden aangeraakt en uit de duisternis overgezet in het licht. En tengevolge daarvan heeft een ommekeer plaats in hun zieleleven en in hun maatschappelijk bestaan. Zoo, dat men zich telkens weer verwonderen moet.

De Zending is een werk Gods. Zij wordt gedragen door Zijne belofte: Ik zal komen om alle volkeren te verzamelen en zij zullen komen en zij zullen Mijne heerlijkheid zien. Welk een tijd zal dat zijn, waarin alle volken door Gods hand worden samengebracht om Zijne heerlijkheid te zien! Dan geen strijd meer, want het zien van Gods heerlijkheid zal de aandacht afleiden van al dat zondige, al dat kleine, dat op aarde verdeeldheid brengt. Degenen, die Gods heerlijkheid zien, worden haar mede deelachtig, en zij dragen er toe bij, dat die heerlijkheid nog heerlijker gezien wordt. Het is de schoone taak der Zending mede te werken aan de verwezenlijking van dat ideaal.

De Zending is een werk Gods. Dat is onze kracht. God zal niet laten varen het werk, dat Zijne hand eenmaal begon. Niettegenstaande alle menschelijke tekortkoming, niettegenstaande alle teleurstellingen gaat het werk toch vooruit. God doet het, zoo noodig, niettegenstaande ons. Maar dan wijst deze waarheid ons tevens op onze groote verantwoordelijkheid. Het is een bizonder voorrecht, dat God ons schenkt, te mogen arbeiden in Zijn dienst, aan Zijn werk. Dan moeten wij ons ook te allen tijde van dat voorrecht bewust zijn en er rekening mede houden, dat Zijn öog ons gadeslaat. Dat werk stelt ons bizondere eischen. Wij mogen het niet aanraken met onheilige handen. Wij mogen het niet doen als iets bijkomstigs. Maar wij moeten trouw zijn, trouw in het kleinste, als degenen, die Hem daarvan rekenschap zullen afleggen. Wie is tot deze dingen bekwaam?

En toch worden wij geroepen. En het is God, die ons roept. Maar dan ervaren wij het, dat niet wij het werk dragen, maar dat het werk ons draagt. Geve God ons dit in toenemende mate te ervaren! Dan zal die arbeid voorspoedig zijn. Dan zullen ook door den arbeid van ons Genootschap geheele volken toegebracht worden om Gods heerlijkheid te zien.