Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Br. G. van der Waals, die eenige jaren in de Minahassa doorbracht, eerst als waarnemend Directeur der kweekschool, later als Schoolopziener, heeft den dienst des Genootschaps verlaten, toen hem een gouvernements-betrekking werd aangeboden. De jeugdige Broeders, die op de vorige Jaarvergadering werden afgevaardigd, vertrokken naar Indië; Br. J. Ritsema en Br. en Zr. Van Eelen naar Posso. Na ernstige ongesteldheid te Bandjermasin bereikten zij eerst in het midden van December de plaats hunner bestemming. BV. Van Eelen werd daar weer ongesteld, maar volgens de laatste berichten is hij in beterschap toenemend. In November verlieten ons Br. en Zr. Pik, die tegen het kerstfeest te Modjo-warno aankwamen. In December vertrokken Br. en Zr. Van 't Hooft met bestemming voor het ziekenhuis te Modjo-warno. Bij de behandeling der verschillende arbeidsvelden deelen wij nadere bizonderheden omtrent hen mede.

Java.

In ons vorig Jaarverslag legden wij er nadruk op, dat onze Java-Zending nog steeds lijdt aan een gebrek van arbeidskrachten. Dit is te meer te betreuren, omdat Java een zoo belangrijk proces doormaakt. Er moeten nu mannen zijn, die met een klaar inzicht in den stand van zaken met vaste hand leiding kunnen geven. Wij mogen zeggen, dat wij ook in het afgeloopen jaar deden wat in ons vermogen is om in die behoefte te voorzien. Maar levendig beseffen wij, dat onze taak nog niet volbracht is.

Het Javaansche volk is, evenals de meeste volken in het Oosten, aan het ontwaken. Het maakt een snellen ontwikkelingsgang door. Degenen, die Java voor een vijftal jaren zagen en het nu terugzien, herkennen het niet meer. Dat ontwaken begon met eene beweging onder de intellectueelen, „Boedi Oet&ml", „het schoone streven". Maar deze beweging vond geen weerklank bij het lagere volk. Het ontbrak haar aan twee dingen: aan geld en aan invloed op de massa. Dit hebben de meest practischen onder de Javanen ingezien, en zij hebben eene nieuwe beweging in het leven geroepen, de Sarikat Islam, waarbij twee belangrijke factoren in werking werden gezet: ie de coöperatie, 2e den godsdienst. Het onderwijs, waar Boedi Oetimi om riep, liet de menigte koud. Maar de godsdienst, waar Sarikat Islam om vraagt, maakt de harten warm, die doet het besef van saamgehoorigheid opleven. En dan de coöperatie, die zichtbare, tastbare resultaten oplevert; men krijgt geld in