Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handen en raakt uit de macht van de Chineezem «a Arabieren. Boedi Oet&ml was te Westersch getint, maar Sarikat Islam beantwoordt meer aan de neigingen van den> Oosterling. Wat van deze beweging worden zal, is niet voo<ruit te zeggen. Mogelijk, dat zij dood loopt door gebrek aaax degelijke organisatie en door ingeslopen misbruiken. Maar dan •zal zij weer in anderen vorm opleven. In elk gevall is- zij een merkwaardige fase in de ontwikkeling van Java.

Merkwaardig is nu de stichting van den bomd Mardi pratj&ji (voorstaan van het geloof) te Modjo-wanao. (In het vorig verslag wezen wij er reeds met een enkel woord op). Die stichting is het gevolg van de actie van Sarikat Islam en geschiedde geheel op eigen initiatief der jonge Javaansche Christenen. Dezen gevoelden, dat zij verzamelen moesten blazen om niet door een georganiseerde gemeenschap als Sarikat Islam te worden verdrongen. Ook hier treedt oogenschijnlijk het wereldsch element op den voorgrond in den vorm van coöperatie. Maar inderdaad ontbreekt ook hier het geestelijk element niet, gelijk reeds blijkt uit den naam. De lieden komen dan ook wekelijks in bijbelkringen samen tot onderlinge versterking des geloofs. Van dezen bond ging uit de stichting van een knapen- en meisjesvereeniging in de dessa Modjo-wangi; één uur in de week wordt er besteed aan bijbelbespreking, twee uren aan zang en één uur aan maatschappelijke vraagstukken. Dit geschiedt alles onder leiding van den vice-vóorzitter van genoemden Bond. Deze vooruitstrevende persoon kwam onlangs Br. Kruyt spreken over de oprichting van een HollandschJavaansche school te Modjo-warno. Hij had reeds een plan klaar en deelde mee, toezegging te kunnen doen van ƒ 5000.— in rentelooze aandeelen, uitsluitend van ChristenJavanen.

Dit is slechts een enkele uiting van het ontwakend leven, dat thans ook in bizondere mate onder onze Javaansche Christenen wordt gevonden. Dringend noodig is daarom, dat alle aandacht gewijd wordt aan de kweekschool voor onderwijzers, maar ook aan een speciale vorming van voorgangers, die uitsluitend met prediking enz. worden belast (inlandsche predikanten). Er moet leiding worden gegeven. Derhalve moeten onze voorgangers in ontwikkeling en kennis de meerderen zijn van de gewone gemeenteleden. Dit opleidings-vraagstuk is van het grootste gewicht.

Met leedwezen moeten wij nog onder de algemeene zaken gewagen van de verschrikkelijke pestziekte, die al onze gemeenten bedreigt. In bizonderheden behoeven wij niet te treden. Wij willen alleen met allen aandrang de