Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door al zulke ervaringen gingen echter onze oogen open voor het verkeerde van dit voorschotten-stelsel en besloten wij daarmede te breken. Wel werd ons voorspeld, dat wij daar „plezier'' van zouden hebben; n.1. dat wij de helft van het jaar zonder rijst zouden zitten, maar wij hebben het er op gewaagd en er geen spijt van gehad.

Ieder, die om geld kwam, kreeg het besliste antwoord: „eerst de oude schuld afbetalen en dan, als je me rijst brengt of kippen, of varken of mais, dan zal ik je dadelijk betalen, maar geld vooruit geef ik niet meer". Het gevolg hiervan was, dat verscheidenen, die gehoopt hadden bij ons hun geld voor de belasting te kunnen krijgen op voorschot, nu op een andere manier dat geld bijeen moesten zien te krijgen. Vele dorpelingen te Koekoe wisten niet hoe aan dit geld te komen en zoo gebeurde het, dat de zoon van het dorpshoofd op een goeden dag door zijn vader tot ons gestuurd werd om hulp te vragen, doch op een gewijzigde manier. De zoon van het hoofd zou n.1. met zijn vrouw kleeren naaien, om die .dan te verkoopen. Met de winst hiervan moesten sommige familieleden geholpen worden aan belastinggeld. Maar om kleeren te naaien, moest hij allereerst goed hebben en daar hij niet met de vreemde handelaren te Posso bekend was, durfde hij niet op eigen naam in te koopen, deels uit angst dat men het hem niet zou geven, deels uit vrees afgezet te zullen worden. Hij vroeg mij dus de inkoopen op mijn naam te mogen doen, met de belofte dat hij, na verkoop van de gemaakte kleeren, alles aan mij zou afdragen. Daar het ons verheugde hier eenige ontwaking van eigen initiatief te zien, meenden wij ons hieraan niet te mogen onttrekken; ook omdat de Koekoeërs in dien tijd nog zoo ver van ons af stonden, achtten wij het goed deze gelegenheid aan te grijpen om hen nader tot ons te trekken.

De zoon van het hoofd had succes met zijn werk; hij droeg werkelijk na niet te langen tijd het geld aan ons af, en men was blijkbaar dankbaar voor de hulp. Eenigen tijd daarna kwam hij ons een zelfde verzoek doen, doch nu niet om familieleden te helpen aan belastinggeld; hij wilde trach- • ten zich op deze manier een bestaan te verzekeren. In de hoop dat hij hierin slagen mocht, gaven wij hem belangeloos de zelfde vrijheid als vroeger voor inkoopen bij de handelaren te Posso. Wij verblijdden ons reeds in het vooruitzicht, dat een Koekoeër op die manier langzamerhand een toko zou oprichten, waardoor het voor vreemde handelaren zooveel moeilijker zou worden zich in deze streek te vestigen.

De tweede maal was Nggoeasoe (de zoon van het hoofd) helaas minder gelukkig. Hij had een vrij grooten inkoop van

Sluiten