Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tantsche veste hoe langer hoe meer in Roomsche handen komt. Allerlei oorzaken werken ^daartoe mede. In het lokaal Luctor et Emergo was geen groot publiek maar wel een goed luisterend en dankbaar. Vanzelf had ik het gebouw gaarne tot in de hoeken gevuld gezien, doch het was niet alzoo. De uitkomst heeft evenwel mijn verwachtingen overtroffen.

Naar Groede was nu de reis. In het gebouw van Chr. Belangen was de samenkomst belegd. Ook hier was de opkomst niet groot. Binnenlandsche aangelegenheden waren hiervan oorzaak. Toch was het een goede avond.

Zaterdags ging het via Breskens naar Terneuzen. Op de boot dacht ik na over hetgeen ik gezien, gehoord, geleerd heb in het land van Cadzand. Voor de derde maal had ik de verschillende 'plaatsen bezocht en, Gode zij dank, nog nimmer met zulk een gunstig resultaat. Dat stemde mij tot groote dankbaarheid. Ik moest nu naar Axel. Door beslommeringen met mijn bagage, ik voerde mijn voorwerpen mede, en deze moesten naar Hoek, was de trein naar Axel weg en wandelde ik van Terneuzen naar Axel, een flinke wandeling van een paar uren. Onverwachts kwam ik in de pastorie, waar ik enkele dagen zou vertoeven.

Zondagsmorgens ging ik per rijtuig naar Sluiskil en trad daar voor de gemeente op. Een goede ontvangst was mij daar bereid en niet minder des middags te Axel. Aan den avond van dien dag trad ik te Terneuzen op. De opkomst was hier niet zoo groot. Maandagavond was te Axel een zeer groote menigte samen voor een lichtbeeldenavond; hier en den volgenden dag te Zaamslag was de opkomst bijzonder en de avonden slaagden uitnemend. Ook te Hoek was de kerk geheel gevuld. Het was de laatste avond, dien ik in Zeeuwsch-Vlaanderen zou doorbrengen en daar betrok de lucht, de regen kletterde en vrees maakte zich van ons meester, dat het schade zou doen aan de opkomst. Maar de gemeente Hoek liet zich niet afschrikken. Zeer dankbaar ging ik huiswaarts. De broeders in Zeeuwsch-Vlaanderen werken uitstekend mede om de belangstelling voor Boeroe te vermeerderen. God zegene hen daarvoor. Reeds Zondag daaraanvolgende was ik des morgens te Bieselinge en des middags en 's avonds in Capelle.

Z. en N.-Beveland intresseert zich meer bizonder voor Sangir en Talaud. Ik hoop zeer, dat mijn optreden de lust heeft verlevendigd om daar mede voort te gaan. Op de plaatsen, die ik bezocht, vond ik geen bepaalde afdeelingen daarvoor. Ik hoop dat zulks nog eens worden mag. Vooral te Capelle was er des middags en vooral des avonds een

Sluiten