Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diglieid. Zij wist wie haar raadsman was, zij sloeg geen kerk over, zij was goedig, ordelijk, en zoo weldadig, dat haar klein i-kgeld altijd aan arme kinderen ten goede kwam. Hanna begon een dagboek te houden, waarin zij evenzeer haar deugden als haar ondeugden opteekende, doch toen zij zag, dat de ondeugden bijna alle ruimte innamen, liet zij haar dagboek varen. Na anderhalf jaar kwam ook haar va ler te sterven. Nu moest de eenzame wees de wereld in; gelukkig echter kwam zij in een goede inrichting, waar zij haar kennis kon vermeerdereu en vooral haar aanleg voor talen ontwikkelen. Toen zij 16 jaar oud was werd zij in een wereldsch gezin overgebracht, doch daar zij den Heer reeds vroeg had leeren kennen, vergaderde zij zich een schat vriendinnen , met welke zij den Heer trouw diende, tot zij op haar 24 5te jaar met den predikant Kilham, een weduwnaar, huwde en de zorg voor zijn eenig kindje, een dochtertje, op zich nam. Maar ach het scheen dat Hanna geen huiselijk leven mocht genieten. Na'at zij 8 maanden gehuwd was, riep de Heer haren man tot zich. Nog geen 25 jaar was zij oud en het scheen of de zee van droefheid haar golven ongehinderd tegen de jonge zwaar beproefde weduwe zou blijven slingeren. Behalve haar lief stiefdochtertje bad zij weldra te zorgen voor een eigen kindje. Maar ook dat moest zij na korten tijd missen. Nu zocht zij bezigheid aan een school door een harer vriendinnen te helpen. Haar hart hiug echter aan de armste en ongelukkigste

menschen, die zij ontmoette. Wat zij aan tijd over had wijdde zij aan hen. Zij was de stichteres der eerste armen vereeniging te Sheffield. Was er iets goeds te brengen aan de armen, dan liet zij zich er mêe in. Zij verspreidde den Bijbel onder hen, deelde traktaatjes uit en verhaalde hen van de zending onder de heidenen. Haar levensspreuk was: „mijn leven hoort aan de armsten, jongsten en ongeluydgsten des volks!"

Zoo bezig in allerlei goede werken, werd haar blik gevestigd op de slavernij. Hoe dat kwaad uit te roeien ? dat was het wat haar geest overwoog. Om de zaak in den hartader aan te tasten, begreep zij, dat er niets beter zou helpen dan de negers door de kennis van het Evangelie op te heffen. Dan zouden zij elkander niot meer tot slaven verkoopen cn ongelukkig maken. Wat was er niet alles noodig om die menschen te bereiken en vooral om hen het Evangelie te leeren kennen! Haar oude voorliefde voor talen ontwaakte, en wel koos zij bij voorkeur met het oog op de negers de studie der afrikaansclie talen. Wat een moed! wat al moeite moest zij zich getroosten! hoe zocht ze dezulkeu te leeren kennen, die haar voor haar doel konden voorlichten! Haar doel was en bleef door alles duidelijk: „het Evangelie aan de negers te verkondigen." En waarlijk zij slaagde in zoover, dat eene door haar opgestelde taalleer voor eerstbeginnenden op de zendingseholen 'te Siërra Leone gebruikt werd.

Toen zij gelukkig en dankbaar de tijding van het slagen harer eerste

Sluiten