Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rivier in een eenzaam deel van Amerika; hij was bepakt en beladen, want het was een handwerksman, die elders werk ging zoeken. Op zijn rug droeg hij eeu tas, waarin hij eenige kleeren en een wollen deken droeg, verder had hij voldoende levensmiddelen voor een paar dagreizen bij zich. Om zijn lijf had hij een riem gesnoerd, waaraan een bijl hing en op zijn schouder droeg hij een geweer. Zijn plan was om zoo spoedig mogelijk de rivier over te steken ten einde langs den anderen oever zijn weg te kunnen bekorten. Eindelijk kwam hij ter plaatse, waar hij dit meermalen gedaaD had, daar was de rivier zeer smal, maar zie de rivier was zoo hoog aangezwollen en het water door de vele regens zoo wild, dat er van doorwaden geen sprake was. Gelukkig stond er eeu boom aan den hoogen oever, aanstonds nam hij zijn bijl en begon te kappen. Gewoon aan dit werk was hij spoedig zoo ver, dat hij den boom de goede richting kon geven om hem over de rivier te doen vallen, zoodat deze hem tot een soort brug kon dienen. Maar w,at geschiedt, in stee dat zijn wensch vervuld wordt, valt de boom onverhoeds in den stroom en drijft weg. Een' tweeden te vellen daartoe gaf hij zich de moeite niet; hij wandelde dus getroost voort hopende elders een meer geschikte plaats te zullen vinden.

Het duurde lang, doch eindelijk verbreedde zich de stroom wederom en had hier het aanzien van een klein meer; nu besloot Berghan, want zoo heette onze wandelaar, een vlot te

maken en zich hier over dit altans minder wild vloeiende water te zetten; een vlot is in een woudrijk oord spoedig gemaakt, de dunne stammen worden ouderling met een buigzaam houtsoort verbanden en men is gereed. Onze vriend liet het in het water glijden, legt zijn bagage er op en stuurde het al zwemmende voort en bereikte na geen geringe inspanning den begeerden oever. Gelukkig over het welslagen van zijn poging nam hij zich een wijle rust in het zachte gras. Terwijl hij zich met wat spijze en met een teug verkwikkenden drank versterkte, hoort hij een geluid dat hem herinnert aan dat van jonge beeren. Aanstonds staat hij op grijpt naar zijn geweer en nadert de plaats waarvan daan hij dit geluid vernomen heeft. Het was een dicht begroeide plaats, waardoor hij niet heen kon zien, echter wordt het hem telkens duidelijker dat hij zich niet bedriegt, hij is op het punt zijn welgeladen geweer af te vuren, reeds heeft hij de hand aan den trekker gelegd, toen hem plotseling invalt, hoe gevaarlijk het is op een beer te schieten zonder hem doodelijk te wonden; slechts ée'n oogenblik nog en hij moet zekerheid voor zijn schot hebben, reeds wordt het geritsel door de afgevallen bladeren het kraken en het vertreden van takjes door hem gehoord, nu ziet hij beweging in den buitensten zoom van het loover, aanstonds zal hij moeten schieten, • — maar wat ziet hij daar? een kinderarm. Neen hij bedriegt zich niet, welk een zegen dat hij niet op het geluid af geschoten heeft, hij

Sluiten