Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geloofd zij God, dat de Engelsche regeering in hare Amerikaansche bezittingen begonnen is paal en perk te stellen aan den verkoop van drank, die vroeger bijna uitsluitend in stee van geld uitgereikt werd om de pelzen en andere kostbaarheden der Indianen af te koopen. Wanneer zal gansch Amerika dit voorbeeld volgen? Zoo dorstig heeft de ellendige drank den Indiaan gemaakt naar sterkendrank, dat zij alles veil hebben voor een paar flessclien brandewijn. Wat toch moet men zeggen van een hartstocht, die, niet rekenende met den dag van morgen, 1400 versche buffeltongen levert om zich voor een oogenbiik aan drank te kunnen verzadigen.

Hoe heerlijk steekt daarentegen een enkele karaktertrek af, die ons bewijzen zal wat de Indiaan in den omgang met rechtgeaarde Europeanen had kunnen worden. Aan de uiterste grens tusschen Europeescli en Indiaansch grondgebied lag voor jaren een vriendelijke hut, het eigendom van een vlijtig colonist Sullivan genaamd, die echter een sterken afkeer van de Indianen had. Eens op een avond, het was in Juni, was hij bezig bij zijn woning, toen een Indiaan uitgeput van honger en vermoeidheid zich tot bij hem voortsleepte en hem om spijze vroeg. Sullivan kon zijn afkeer niet bedwingen, en wees hem af; de Indiaan ging verder, maar in zijn oog gloeide verontwaardiging en gekrenkte hoogheid. Weinig stappen van de hut viel hij, zonder dat Sullivan het bespeurde, op den bodem neer. Sullivan werkte ijverig voort, maar toch was het hem

niet wel te moede, want zijn geweten liet hem geen rust en daarmee ontwaakte ook de vrees voor wraak. Intusselien had zijne vrouw den armen Indiaan schier bewusteloos op den bodem liggende gevonden. Zij haastte zich aanstonds hem met spijs en drank te verkwikken. Toen hij versterkt was, zeide hij: //Karkutschi beschermt de blanke duif voor de klauwen des adelaars; om hare weldaad zal het hulpelooze jong zeker zijn in zijn nest en haar roode broeder zal geen wraak oefenen." Hij nam daarop een reigerveer uit zijn koker en reikte ze aan de vrouw over met de woorden: //als de gezel der blanke duif over de jachtvelden der Indianen vliegt, drage hij deze veer op zijn hoofd." Hierop verdween hij. Des avonds was Sullivan erg bedrukt, zijn vrouw verhaalde hem nu wat zij gedaan had en toen de jachttijd aanbrak, naaide zij hem de veer op de pet. Reeds op den 2'den dag dwaalde S. van zijn jachtgezelschap af. Uitgeput van vermoeienis en honger zag hij een buffel op zich afkomen. Hij schoot, maar zijn schot schampte; nu was hij in doodsgevaar. Plotseling valt er een geweerschot achter ■ hem. De buffel stortte ter neer. Een Indiaan sprong te voorschijn en geleidde Sullivan uit de wildernis naar het nabij gelegen Indiaansch dorp. Hier werd hij onthaald op maiskoek en wildbraad, en hem een rustplaats aangewezen. Nauwelijks was de morgen aangebroken , of de Indiaan wekte zijn gast, en na een kort ontbijt gebood hij hem te volgen. Eer de avond viel, zag Sullivan zijne woning weder en

Sluiten