Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, men wreekt zich alujd op een minderen. Om deze leugen te bevestigen neemt men de wichelarij ter hand, dat is, men besmeert zijn hand met drooge kalk, na vooreerst een speeksel gekauwd te ( hebben van tabak, pisang, gambier, kalk en pisangbladeren. Dit speeksel heeft een kleur als bloed. Nu spuwt men van dit speeksel op de hand die met kalk voorzien is; als nu de stralen van het speeksel den gewenschten stam hebben aangewezen, dan worden de hakmessen geslepen, de bogen en pijlen nagezien, alles in orde gemaakt voor den (raak) moordtocht, en na andermaal het speeksel geraadpleegd te hebben, n.m. of de dag die men heeft uitgekozen de gewenschte is, trekt men met een oorverdoovend leven weg. Verbazend is het hoe men zich opwindt, of liever hoe men elke stem van menschelijk gevoel zoekt te verdrijven, niets anders in het oog houdende dan den kop dien men gaat snellen. De oogen die nu als in bloed drijven, daar het wit der oogen rood is geworden, zijn aanhoudend, op het vlijmend hakmes gericht, als wilde men zeggen: gij moet het doen; ja men heeft wel gezien, dat men het hakmes kuste (berook); in een woord, men is dol op het bloed dat men in zijn verbeelding al ziet stroomen. De tocht naar den stam dien men zal overvallen is twee, vier of meer dagen verwijderd. Wanneer men een huis bereikt heeft wordt het in alle stilte omsingeld. De bewoners volstrekt niet bedacht op een overval liggen gerust in hunne ellendige woning te slapen,

terwijl hunne evenmenschen als gieren hunne oogen op dnn buit gerigt houden. Als laatste voorbereiding bindt men eenige pluizen van drooge boombast op de punten der pijlen. Deze veel op pluksel gelijkende licht ontvlambare stof wordt aangestoken en, op een gegeven teeken, vliegen er een veertig of vijftig vuurpijlen onder een oorverdoovend geschreeuw in het dak, dat uit bladen bestaat en spoedig vlam vat en in brand staat. Daar er geene zolders in hunne woningen zijn, vallen onmiddelijk de vonken en brandende bladeren op de personen die zich ia de woning bevinden, zoodat men geen tijd heeft zich te verdedigen, maar aan vluchten moet denken. Dit gaat echter niet zoo gemakkelijk, daar, zooals wij gezien hebben, de vijand het huis omsingeld had en nu, nadat het in brand gestoken is, gereed staat om allen die trachten te ontvluchten te dooden. Zoo er nu eenheid onder de aanvallers ware geen enkel slachtoffer zoude het ontkomen; maar daar de aanvallers te opgewonden en te razend ziju om naar de stem van een aanvoerder te luisteren geeft ieder bevelen en alzoo ontkomen de meesten aan de handen hunner roovers, of worden de moordenaars niet zelden door de aangevallenen op hunne beurt ter neder geveld. Vb vrouwen en kinderen worden over het geheel de slachtoffers. De eersten worden meestal afgemaakt en hunne hoofden in triomf medegevoerd. Pe kinderen, zoo zij geen annen of beenen gebroken hebben, worden aan de meestbiedenden verkocht, of zoo zij ver-

Sluiten