Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deling hem wel over Gods woord maar niet over de wijze om geweren en buskruid te vervaardigen onderrichtte, werd hij afkeerig. Hij liet den zendeling nog wel toe om de kinderen te onderwijzen, maar verweet hem, dat hij hem geen geweren gunde en hem geen kogelgieters wilde bezorgen.

De zendeling ging nog eens tot den koning en zeide hem dat het zondag was, dat hij kwam om te preêken. De koning liet het ook ditmaal toe. Hij zelf nam op grooten afstand plaats. Toen de zendeling begon, beval hij dat hij harder zou spreken. Dit deed Owen en legde getuigenis af van Jezus Christus en de vergeving der zonden in zijn bloed. Hiervan wilde echter niemand iets weten, bij de woorden afwassching der zonden raakte alles in rep en roer. Van alle zijden kwamen vragen, dit ging over tot tegenspraak en eindigde met dreigingen. De koning en zijn gevolg waren de ergste tegenspiekers. Eindelijk liet hij den zendeling volstrekt niet meer aan het woord en riep: „weg er meê het is alles leugen!"

Hiermee was het preêken uit. Doch Owen ging niet weg. Hij bleef nog verscheiden maanden en eerst toen Dingaan op 6 1'ebr. 1838 op verraderlijke wijze den boerenaanvoerder Eetief met 65 zijner getrouwen om het leven liet brengen, terwijl zij bij hem ter tafel zaten en vervolgens hun kamp overviel en alles neer liet slaan wat leefde, 300 zielen groot en klein, en de koning den zendeling nog bovendien dienzelfden dag in den waan had

trachten te brengen, dat hij veilig kon blijven en hij hem tevens verzekerde geen enkelen van zijne gasten te zulen ombrengen, die reeds afgemaakt waren, besloot Owen, toen hij het bloedbad en het moorden van verre aanschouwde, af te trekken.

Ziedaar nu het onderscheid tusschen feiten en tusschen een onwaardig verdicht verhaal, waardoor de zending eu de moed der zendelingen bespot wordt. Gij ziet lieve lezer, hoe een vreeselijk verhaal onder de handen van een spotter tot een grap kan worden omgezet. Dingaan is niet meer. Hij liet ieder zoontje dat hem geboren werd uit vrees dat het hem eenmaal van den troon zoude stooten, tegelijk met de moeder vermoorden. Zijn opvolger was Umpande die nog wel een olifantsjager, maar geen zendeling in zijn rijk dulde. Ook Umpande is na een gruwelijke regeering vervangen door Cetschwajo en deze is nu gevangene der Engelschen eveneens een man als Dingaan en Umpande, vol bloeddorstigheid. Nog eene kleine opmerking bij het leugenachtige courant artikel: het vertelsel daarin vervat heeft duidelijk ten doel om de menschen in den waan te brengen „bij de Zulu's is de zending een onmogelijk iets"; — tot groote blijdschap der zendingsvrienden bestonden er echter du reeds 1B zendingsposten onder de Zulu's tot diep in Ama-Zululand, die door den oorlog deels verwoest deels verlaten zijn, doch die nu met Gods hulp weer speodig tot bloei zullen komen.

Velp.

l. 3. h.

Boekdruk van Kern in & Zoon, te Utrecht.

Sluiten