Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JV°. 81. — Liilmaatsckp 1 Ct. per week, — Maandelijks een blaadje.— 1880.

HST

Hulpvereeniging der Utrechtsclie Zendingvereeniging.

TWEEDE SERIE.

NEELTJE B0L0KK0E.

Almaheira.

Menigeen die van de Dumasehe gemeente op Almaheira gehoord heeft hoe van Dijken, na 14jarigen trouwen arbeid er in geslaagd is een kleine christelijke gemeente tot stand te brengen , zal wel eens bij zich zeiven denken „hoe zouden die christenen uit de heidenen er toch toe gekomen zijn het heidendom te verlaten". Mogelijk zijn er ook die meenen „dat zullen er ook christenen na zijn". In ieder geval gij belangstellende lezer hebt recht er iets van te vernemen, dan kunt gij zelf oordeelen wat de arbeid van onzen vriend gewerkt heeft, en gij zult ook wel zooveel geduld hebben om -niet aanstonds volmaakte christenen op Duma te willen zien, maar juist uit de wijze waarop zij van het heidendom afgeraakt zijn willen opmerken, hoe zwaar het is voor een heiden christen te worden en hoe goed het is om daarom niet al te hooge verwachting van die jonge gemeente te hebben, maar zooveel te meer voor onzen vriend van Dijken te bidden, dat hij wijsheid en liefde moge ontvangen om zijne jeugdige gemeente te leiden en te dragen.

Om u een denkbeeld te geven van de nieuwe leden dier gemeente, wenschen wij de geschiedenis van een harer leden, van Neeltje Bolokkoe volgens een brief van zendeling v. Dijken te verhalen.

Toen Neeltje, — want zoo zullen wij haar maar aanstonds noemen, hoewel zij dien naam niet voor haar twintigste jaar ontving, —nog geen jaar oud was stierf hare moeder en haar vader verliet het arme wicht kort daarna. Het eenige wat de lichtzinnige vader zijn eenig kind achterliet was een menigte potten, schotels en borden. Denk niet da f dit een geringe zaak is voor een Alfoer, neen gij zult zien van welk een gewicht deze nalatenschap voor Neeltje was. Nauwelijks was Neeltje verlaten of zij werd door eene tante verzorgd; deze tante meende toen haar pleegkind 5 jaren oud was niets beters voor haatte kunnen doen dan een afgod voor haar te koopen. Er werden eenige der potten verkocht en daarvoor werd een afgod gekocht en wel „een kei" ter groote van een duivenei. Nu meende de tante dat Neeltje, omdat

Sluiten