Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i\°. 82. — Lidmaatschap 1 Ct. per week, — Maandelijks een blaaje. — 1880.

HET PEMÏÏMKES.

Hulpyereenigiiig der Utrechtsclic Zendingvereeniging. tweede serie.

DE OPIUMDUIVEL OP JAVA.

Kent gij iets weemoedigers dan het zien van een ongelukkigen dronkaard? Zijn laatsten penning heeft hij over om zich voor een oogenblik door het moorddadig vocht, dat uit de van God geschonken voedzame graankorrels gestookt wordt op te wekken. Hoe grooter gave de Schepper ons in het graan gaf, zooveel te grooter gruwel is het dat die gave Gods bij honderdduizende mudden tot sterkeu drank wordt verstookt. Tienduizenden zijn er in ons vaderland die nooit een oogenblik nadenken over de zonde die zij steeds bedrijven door het eenvoudig gebruik van sterken drank; immers wat God goed gemaakt heeft verderven zij en gebruiken zij tot hun verderf. Uit alle standen vinden wij ongelukkige dronkaards, onder jongelingen en mannen, helaas ook onder vrouwen en jonge dochters zijn er, die zich zonder drankgebruik niet meer voor hun werk in staat gevoelen. Vreesselijk is het te zien hoe schaamteloos het dagelijksch brood tot een dagelijksch vergif wordt uit- j gereikt. Wie slechts voor een' tien i cents drank koopt in stee van brood

verteert in een jaar ƒ 36,50 en verderft nog zeker, voor dezelfde som aan brood, wat nu niet meer tot brood kan dienen, omdat het graan in drank omgezet is. Het graan is weg, de drank is er voor in de plaats getreden en wat voedt de drank ? O jammerlijk, zoo wij dien gruwel niet inzien.

Velen zien het in en velen strijden er tegen, maar heeft die strijd zoo noodzakelijk iets gebaat? Neen, alom wordt het drankgebruik sterker, het neemt van "dag tot dag toe. Alle pogingen om het volk te redden, om de ellende te weren gaan te loor, honderdduizenden gebruiken het vergif als ware het een geneesmiddel en vergeten hoe beide hunne ziel en huu lichaam schade lijden. Hun geweten wordt allengs doffer, hun zedelijk gevoel stomper, hun hart doover voor de stem des Evangelies. Ja de drank doodt den mensch in dea mensch. Welke maatregel ook genomen is, schier alles bleek onmachtig om den stroom dezer gevaarlijke volkszonde, die allen tracht te verslinden te keeren. Van waar deze onmacht?

Sluiten