Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleeren en zeide dat er dieven bij nacht ingebroken waren en beiden, kleeren en geld, gestolen hadden. Dit kwam ook ter ooren van Tschin's vader, die er de politie mee in kennis bracht. Overeenkomstig chineesch gebruik werd het huis opgenomen door een politieagent. Zijn uitspraak was als volgt: „hier kan nooit van buitenbraak sprake zijn, het gat is van binnen naar buiten gemaakt dus de dief woont in huis." Zoo werd dan het huis onderzocht en spoedig de waarheid dier uitspraak bevestigd. De oom had ook nu het geld en de nieuwe kleeren gestolen en in een kist geborgen.

Toen dit ter oore van den vader kwam werd hij zoo vertoornd op den ontaarden oom, dat hij Tschin wegnam en bij diens grootmoeder plaatste. Dit w'as voor Tschin een uitkomst. Hier werd hij van alles goed voorzien en ter school gezonden. Doch Tschin had reeds zulk een genot in het slenteren langs de straten der groote stad gekregen, dat hij in steê van naar school te gaan overal roudliep en allerlei slechts leerde, zoodat het een zegen voor hem was, dat zijn vader met een flinke vrouw hertrouwde en Tschin in huis nam. Voor een heidensehe vrouw was Tschin's nieuwe moeder een uitmuntende moeder. Zij bezorgde den knaap, hield hem in toom, trachtte hem te verbeteren, maar de vroegere ondeugende neigingen hadden Tschin reeds zoo verwilderd, dat hij voor geen verbetering vatbaar scheen. Dit riep dikwijls ontzettende uitbarstingen van toorn bij zijn vader te voorschijn. Wel is waar wist Tschin's moeder

door haar ferm karakter haren man van al te groote mishandelingen terug te houden, maar de jongen wilde nu eens niet beter; hij liep weg en overnachtte op straat, dikwijls onder een vooruitspringend dak of ook wel eens in zijn vaders visschersschuit. Eens op een morgen ontdekte zijn vader hem, terwijl hij rustig in dien boot sliep; zijn oudere broeder zag welk een woede deze ontdekking bij den vader opwekte, doch hij smeekte hem toch voor ditmaal zijn broeder te willen vergeven. De vader gaf gehoor, maar zijn aangezicht bleef dien dag kwaadaardig en zijn oog teekende een verkropte vlaag van woede. Toen zij 's avonds huiswaarts keerden, beval hij den oudsten zoon rechtstreeks naar huis te gaan terwijl hij voor gaf nog eerst met den jongste in de stad te willen gaan. Tschin werd door zijn vader bij de hand genomen. Deze bracht hem naar een afgelegen akelige buurt van Schanghai, waardoor eea diepe gracht met stijle oevers liep. Plotseling werd Tschin door een onbeschrijfelijke angst bevangen, dat zijn vader hem daarin zou willen storten en zeker niet ten onrechte. Hij voelde dat zijn vader hem langzamerhand dichter bij de gracht bracht. Doodelijke angst beving den knaap. Eindelijk kon hij zich niet meer inhouden. Onverwachis scheurde hij zicb los uit de hand zijns vaders, en peilsnel ontsnapte hij door de duisteren gangen van dit gedeelte der stad offl nimmermeer in de woning zijner ouders terug te keeren.

Zekerlijk zult gij verlangend zijn

Sluiten