Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land waren, was Nukulala, het ligt op ongeveer 750 uur afstands van Manihiki. De bewoners van genoemd eiland kenden het Christendom slechts bij name; reeds hadden zij echter hunne afgodsbeelden vernietigd, maar van het eigenlijke Evangelie kenden zij niets. Ziedaar nu de wonderlijke leiding Gods; eerst had Manihiki het Evangelie leeren kennen door een klein getal ongelukkige schipbreukelingen, die op de Hervey eilanden geworpen waren en, na ruim 12 jaren in het bezit daarvan geweest te zijn, werden zij zeiven door de wonderlijke leidingen Gods wederom langs ondenkbare wegen, vol storm en tegenspoed, het middel voor hunne arme natuurgenooten om het Evangelie ter zaligheid te leeren kennen. Elkana rustte niet, vóór hij aan Nukuliila's bewoners het Evangelie verkondigd had. Toen hij eindelijk vertrekken konde en met zijn drie overig gebleven tochtgenooten zijn vaderland Manihiki mocht bereiken, hield hij zijne belofte gestand om hun leeraars en boeken te zenden. Na vier jaren gelukte het hem eindelijk terug te keeren naar Nukulala,; doch welk een ontzettende verandering had hier plaats gegrepen: van de vele honderden, die Elkana er gekend hadden, waren er slechts een honderdtal over. Weet gij wat met de overigen geschied was? zij waren aan hun land en volk

Amsterdam.

ontstolen en naar Peru in slavernij gevoerd. Welk een blijdschap voor Elkana, dat hij hun nog iets meegedeeld had van den troost in Christus op hun harden levensweg. Voor de overigen was zijn overkomst met een inlandsch leeraar een uitkomst in hun lijden.

Doch gij verlangt zeker nog te vernemen, hoe het mogelijk geweest was de arme eilanders van hunne dierbare woonstede te lokken, ten einde hen in slavernij te brengen, lleeds meermalen hadden er schepen voor het eiland ten anker gelegen, doch nimmer hadden de schoonste beloften hen kunnen overhalen de schepen te gaan zien. Eindelijk gelukte het een' zekeren neger Tom Kose, die vroeger onder hen gewoond had, hun wijs te maken, dat de schepen daar lagen om hen voor een tijd lang naar een land te brengen, waar zij in de ware godsdienst onderwezen zouden worden. Dit woord vatte vuur en nu roeide alles naar de schepen, sommigen zwommen er heen. Toen zij nu aan boord waren, veranderde alles plotseling; in stee vau met liefde en zachtheid, werden zij met ruwheid bejegend. Kan men zich grooter gruwel voorstellen dan dit, honger en dorst naar het brood des levens te gebruiken ten einde de arme heidenen ten prooi van de slavernij te maken ?

L. J. H.

Boekdruk van Kemink & Zoon, te Utrecht.

Sluiten