Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heel Yoruba-land bezat. Zijn spel was zoo uitmuntend, dat iedereen van Adschaka en zijn trommelspel sprak, en zeker zal er in ons land zelden een pianist van zooveel naam gevonden worden, als Adschaka met zijn trommel onder de Yoruba's gold. Bij elke gewichtige gelegenheid werd Adscbaka als hoofdpersoon uitgeuoodigd. Was er oorlog, dan moest hij de soldaten tot den krijg aanvuren; was de oorlog gewonnen, dan moest hij de heldendaden der hoofden en krijgslieden op zijn trommel verheerlijken. Was er niets bijzonders te doen, dan trok hij van hoofd tot hoofd om voor diens hofstoet te spelen. Bij elk afgodsfeest moest Adscbaka de goden met zijn komst gunstig stemmen. Wel is waar werd hij daarvoor niet met ringen en diamanten of andere kostbaarheden overladen, zooals groote kunstenaars aan de Europeesche hoven, maar hij ontving altijd een handvol Kauris, d. i. een soort schelp, waar men in Yoruba-land mee betaalt. Hiervan leefde Adschaka. Slechts ée'n ding was er wat hem hinderde: hij was gehuwd, maar hij had geen enkel kind. Nu had hij reeds een reis gemaakt naar alle goden van zijn land om hunne gunst te verwerven, maar het had hem niets gebaat; hij bleef kinderloos.

Toen de zendelingen nu zooals wij reeds verhaalden naar Yoruba kwamen en velen geloovig werden, was Adschaka zeer ontstemd, zoodat hij eens, toen hij zog dat zijn neef ook begon tc luisteren, zijn trommelstok nam en hem er duchtig mee sloeg. De kinderen

begonnen weldra de school te bezoeken en brachten van daar kleine leesboekjes mee, waarop allerlei schoone j geschiedenissen stonden. Dit was een raadsel voor de Otta-lieden en Adschaka meende zelfs dat zulk een leesboekje een soort toovermiddel moest zijn. Hij besloot nu om aanstonds dit toovermiddel te leeren kennen, ten einde daardoor eindelijk zijn verlangen te mogen bevredigen zelf kinderen te krijgen. Maar het is hem er gansch anders mee gegaan den hij i dacht. Na ongeveer a maanden de school bezocht te hebben, ging hij op zekeren dag naar den zwarten meester en verhaalde hem: ,,Ik ben ter school gegaan, omdat ik daardoor hoopte kinderen te krijgen; doch nu heb ik nog iets veel heerlijkers gevonden. Sedert ik van Jezus heb gehoord, moet ik steeds aan hem denken." Er verliepen wederom eenige weken, toen kwam hij terug met al zijn afgoden: hij wilde er niets meer van weten. Nu had hij echter een gewichtige vraag aan den zendeling te doen en wel deze: of de godsdienst van Jezus het trommelspel verbood. Zijn leermeester antwoordde kort weg: daar behoeft gij geen haast mee te maken; slechts zondags moest hij liever niet op rle trommmel spelen maar trouw ter kerk komen. Hoe bezwaarlijk viel dit laatste onzen Adschaka, want juist de zondag was zijn voordeeligste dag. Hij besloot daarom heimelijk ook op zondag te spelen, tle zendeling zoude er niets van bemerken. Toen het nu eens op een zondag voorviel, dat er een heidensch

Sluiten