Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten einde deel te nemen aan zijn verdienstelijk werk.

Op zijn weg kwam hij voorbij een kraam waar allerlei etenswaar voor den wandelaar te koop geboden werden; ook Gowinda wilde een oogenblik halt maken. Onder de aanwezigen waren enkele mannen, die zich bezig hielden om uit een klein boekje voor te lezen. De voorlezer werd telkens door allerlei vragen der anderen in zijn werk gestoord, zoodat ook Gowinda's oplettendheid gaande werd. Hij plaatste zich wat dichter bij deze groep en hoorde onder anderen een zin, die zijn geheele aandacht bezig hield, en wel dat alle menschen zondaars zijn, maar dat ook aan allen zonder onderscheid, door Gods genade in Jezus Christus, vergeving van hunne zonden en het eeuwig leven aangeboden wordt. De voorlezer was van oordeel, dat zoo iets niet te verwerpen was, maar hoe zou men zoo iets met zekerheid kunnen gelooven?

Een ander zeide: „gij begrijpt toch wel dat deze leer alle verschil van kaste onderste boven zou werpen, het is niets dan een verzinsel der christenen. Gowinda vond de stelling echter zoo dwaas nog niet en, daar hij vernam dat de padves (zendelingen) zeer gastvrij waren en niemand van zich weerden, besloot hij eens bij hen aan te gaan en te zien, of hij door hen ook verklaring van het woord over de vergeving der zonden konde ontvangen. Onder deze overleggingen bereikte hij den heuvel Netoer, waar de zendelingen woonden.

Ilii werd op zijn verzoek tot de zendelingen toegelaten en deelde hun mede, dat hij op reis was naar den Gokarna om zijne zonden af te wasschen, maar dat hij van hen kwam vernemen of zij geen beter middel wisten. Gowinda, dit moet gezegd worden, stelde zich voor, dat de christenen deze of gene formule wisten, waardoor zij hem spoedig de zekerheid der vergiffenis zijner zonden konden bezorgen. Doch toen hij eens met hen aan den praat was, voelde hij spoedig dat alles slechts van een ding af hing, of de geschiedenis van Jezus waarlijk geschied wjis. Al aanstonds beviel het hem, dat de zendelingen goed op de hoogte waren van zijn eigen geloof en er niet op scholden zooals de mahomedanen.

Ilij besloot dus een maand bij hen te blijven en verzocht om werk, want, zeide hij, ik verlang niet voor niet hier te zijn zoolang als ik de rijst der zendelingen eet. Overdag werkte Gowinda onder de overige bewoners van den heuvel met de schop, van tijd tot tijd las hij dan in het Nieuwe Testament.

Toen de maand voorbij was, dacht Gowinda volstrekt niet meer aan het reinigende water van den Gokarna, hij bleef werken en lezen en toonde zich bereid tot allen arbeid, iets wat bij menschen van zijne kaste grooten tegenstand oplevert. Om zijn opmerkzamen geest werd hij door de broeders in de boekdrukkerij gebruikt; zij gaven hem, behalve groote tevredenheid over zijn diigelijkseli werk, grooten lof over zijn stillen ernstigen

Sluiten