Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Zoo hoor dan en God zij onze rechter! De brandstapel, dien gij voor mij in deze wereld aansteken wilt, zoude in de andere wereld wederom voor u aangestoken kunnen worden; hoor intusschen mijne rechtvaardiging en herinner u, dat gij, mijn lot beslissende, het vonnis over u zei ven uitspreekt.

— Laat dat dreigen nu maar achterwege, en spreek voor u zeiven.

Hoor dan! Ik ben een Engelschman van geboorte en diende mijn land als militair. Yoor eenige jaren ging ik als officier met mijn regiment naar Oost-Indiën. Nadat wij eene maand op zee geweest waren leden wij schipbreuk nabij een geheel onbewoond en woest eiland; onze goederen en mondvoorraad werden gered, maar het schip dat overal beschadigd was ging eenige dagen daarna voor onze oogen te gronde. Op dit eiland, dat geenerlei afwisseling voor mij aanbood en waar ik tot werkeloosheid verwezen scheen, kwam ik op den inval om mij in het beeldhouwen, dat ik in mijne jeugd geleerd had, verder te oefenen, in de hoop, dat God ons weldra uit onzen benarden toestand zoude verlossen door hulpe te zenden. Ik velde een boom, hieuw er de takken af en zaagde uit den langen ronden stam twee gelijke deelen. Aan beide stukken beitelde ik, en in den loop eener maand kwamen er twee vrouwenbeelden te voorschijn, die zoo zeer op elkander gelekeu wat grootte, houdiug, vormen en gelaatstrekken aangaat, dat nien er zich gemakkelijk in vergist zoude hebben. Nauwelijks had

ik mijn werk voltooid, toen er een kreet in mijne ooren drong van: „een zeil, een zeil!" Een uitbundige vreugde maakte zich van ons allen meester. In een oogwenk verzonnen wij al het mogelijke om signalen aan het nog eerst aan den horizont zichtbare schip te geven. Het schip scheen dit te bemerken, zette koers bij en het bleek ons weldra een koopvaardijschip te zijn. Reeds den volgenden morgen werden wij, door een Italiaanschen kapitein, met welwillendheid aan boord van zijn schip genomen. Al onze manschappen deden hun best om zich door woorden, geschenken of beloften dankbaar jegens den menschheveriden man te betoonen. Ik daarentegen had alles verloren en vond geen ander middel om den kapitein n. ne uk telijkh ld te betuigen, dan door hem mijnarbcic op het woeste eiland tot stand "•nk' men, aau te bieden. Hij nam h geschenk met ingenomenheid aan en zag hem zells glimlachen en zich vo het voorhoofd wrijven, als iema wien plotseling een gelukkige gedacl ingevallen is.

Ik was blijde over zijne vreugde, en dacht weldra niet meer aan mijnen boomstam.

Maar wat gemeenschap heeft die geschiedenis nu met uwe lastering? viel een der rechters hem in de rede.

Heb maar een weinig geduld I eu hij vervolgde: Twee jaren later bezocht ik m Oost-Indiën een der beroemdste Pagoden, waarin zich een groot aantal pelgrims verzamelde, om de godin des tempels, die zij de zai lige, de heilige noemden te vereeren.

Sluiten