Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het vuur nis een verstokt ongeloovige. ]

— Ik een ongeloovige ? Ik geloof aan God.

— Nu, dan wordt gij verbrand als een, die slechts gelooft dit God buiten en niet ook in de wereld regeert, als een Deïst.

— Ik geloof in Jezus Christus, die uit den hemel is nedergedaald.

— Dan wordt gij als een Sociniaan verbrand.

— Ik geloof in Jezus Christus , den Zoon van God en den Zaligmaker der menschen.

— Dat is wel, maar gij gelooft niet aan de heilige maagd, en zult als Hugenoot verbrand worden.

—• Ik geloof, dat de maagd Maria ontvangen heeft van den heiligen Geest.

— Goed, maar gij gelooft niet. ..

— Neen waarlijk niet, "ik aanbid geen stuk hout, noch in Europa noch in Azië, noch in eene kapel noch in eene pagode, noch in de roomsche kerk noch in den afgodendienst der Hindoes; en nieis ter wereld zal mij bewegen, om mijne knieën te buigen voor een stuk hout, dat ik zelf...

— Zwijg, ketter!

Hij moest wel zwijgen en zijn doodvonnis aanhooren.

Èen uur later wandelde 3e vreemdeling naar deu brandstapel, in gezelschap van andere ketters, die tot denzelfden dood veroordeeld waren en de verheugde menigte volgde hen.

Keeds maakte de beul zich gereed om den vreemdeling aan den folterpaal te binden, toen deze zich tot het volk wendde en met de band een teeken gaf, dat hij gaarne wilde spreken.

„Hoort hem, hoort hem!" riepen eenige stemmen. „Knevel hemzeide de beul tot een van zijne knechts. Maar het was te laat, de nieuwsgierigheid des volks was opgewekt en toen men hem met geweld den mond wi'de stoppen, verdubbelde het geschreeuw: „neen, neen, hoort hem!" De vreemdeling maakte zich dat oogenblik ten nutte, besteeg den brandstapel en sprak het volk aan: „Men bedriegt u, gelooft mij, men bedriegt u! Het is de Godsdienst van Christus niet, die men u leert, het is een heidendom in Christelijk gewaad!"

— Zwijg, zwijg!

„Ja, ja hetzelfde heidendom , dat de bijbel op elke bladzijde veroordeelt! Sla slechts bet beek uws Gods open, en gij, die voor hout en steen nel ervalt , zult daarin de woorden geschreven vinden: Gij zult u geen gesneden beeld noch eenige gelijkenis maken om u daarvoor te buigen en die te dienen. Exod. XX : 4, 5. En gij, arme katholieke heidenen, gij doet als de algodendienaar, met welken de profeet Jezaia den spot drijft: hij houwt een boom af in het woud, en verbrandt de .eene helft met vuur om zijn vleesch daarover te koken; uit de andere helft maakt hij een God, dat. hem die ten afgod zij; hij aanbidt hem, hij werpt zich voor hem neder, hij bidt en zegt: red mij, want gij zijt mijn God ! Jez. XL1V: 16 en 17.

Door het aanhooren dezer woorden woedend geworden, rukt een monnik een fakkel uit des beuls handen en houdt dien aan den voet des brandstapels,

Sluiten