Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menhang tusschen de verschillende kringen te brengen door het benoemen van plaatselijke correspondenten en een algemeen correspondent.

Vooral echter is het noodig alle aandacht te wijden aan de vorming van leiders. De leiderskringen, die in het afgeloopen jaar op enkele plaatsen bij wijze van proef gehouden werden, (en tevens beoogden de vorming van groepleiders voor de conferentie) voldeden over het algemeen wel. Wij stellen ons voor hiermede voort te gaan en daarbij nog meer op den voorgrond te stellen, dat de deelnemers aan zulke kringen a.s. leiders van andere kringen moeten zijn. — Ook de conferenties hebben thans meer in deze richting gewerkt, zooals boven reeds bleek. Wij rekenen dit een der belangrijkste onderdeelen van ons werk; de aanwezigheid van vele geschikte leiders voor kringen toch is een levensbehoefte voor den arbeid.

WELKE VRUCHTEN levert dit alles nu op ? Ook hierover geeft de enquête belangrijke antwoorden, waaruit wij evenzeer slechts enkele grepen kunnen doen. Zeer algemeen is de mededeeling, dat een merkbare toename van belangstelling in het werk der Zending het gevolg van den kring was, een belangstelling die zich omzette in meer activiteit voor de zending op velerlei wijze. „De belangstelling bij de leden werd steeds grooter; zij werkten ook onder hunne betrekkingen, om daar de zendingsgeest vaardig te doen worden." „De ontdekking van tal van verrassende en tot dusver nimmer begrepen feiten en meerder inzicht in de ontzettende moeilijkheden, waarmede de zending onder den Islam te kampen heeft."

In vele jongelingsvereenigingen deed de kring de zendingsbelangstelling merkbaar toenemen. Elders droeg de kring rechtstreeks bij tot verhooging der plaatselijke kerkelijke zendingsactie; één antwoord vermeldt van een gereformeerde gemeente waar de zendings-bijdragen van 18 cent per hoofd in 1910 tot