Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met geestelijke middelen verricht worden. Wij lezen b.v. van een kring, waarvan de leden afspraken om geregeld voor de zending te bidden, en wel over bepaalde punten.

Wij hebben hier aldus verschillende feiten, die ter onzer kennis gekomen waren, samen gelezen, en voorwaar het resultaat is niet gering, vooral als wij bedenken dat deze zendingsstudie-beweging nog maar pas begonnen is. En de beteekenis van dit alles ligt niet alleen in het opwekken van meer zendingsliefde en de gevolgen daarvan. De invloed der kringen rijkt verder en dieper en raakt in het algemeen het Christelijk leven. Door ons tegenover het Goddelijk werk der zending te stellen wordt het eigen geestelijk leven zoo wonderlijk versterkt en verrijkt en dit komt rechtstreeks der gemeente ten goede. Dit is misschien de meest belangrijke vrucht.

Toch is dit nog maar een eerste begin, en wij ontveinzen ons geenszins, dat het nog maar gering is ten opzichte van hetgeen door de huidige tijdsomstandigheden in de zending geëischt wordt. Nochtans kunnen wij niet anders dan met ootmoedigen dank aan God deze dingen vermelden, omdat wij er in voelen, dat Hij dit alles zoo geleid heeft en dat Hij dit alles gemaakt heeft.

ARBEID IN INDIË. Kregen wij reeds aanstonds na de oprichting van den Z. S. R. eenig contact met Indië, zoodat ook daar een enkele kring gevormd werd, zoo bepaalden wij onze aandacht in den loop van dit jaar meer opzettelijk daarop, toen Mejuffrouw J. C. Rutgers naar Indië terugkeerde en door ons tot Correspondeerend Lid van den Z. S. R. voor Indië benoemd werd. Door haar toedoen zijn maatregelen genomen om op de conferentie van den Ned. Ind. Zendings Bond eenige propaganda voor onze literatuur en de zendingsstudie-beweging te maken, en