Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omstandigheden het ontvangen der goederen zoo dubbel noodig en wenschelijk maakte. Maar de liefde is vindingrijk, en zoo had Mevrouw Baudert bedacht de benoodigde som gelds aan den Director in Amerika over te maken. Hier werd het omgezet in levensmiddelen van allerlei soort en verder naar Labrador verzonden. Hoewel zij ditmaal eerst met de tweede reis der „Harmony" konden meegaan, zijn de elf kisten toch gelukkig behouden aangekomen.

Uit de noordelijkste post „Killinek" schrijft de Heer Townley o.m. het volgende : „De goederen, die wij verwachtten zijn ditmaal niet met de „Harmony" meegekomen, wij zullen ze in dit seizoen wel niet meer ontvangen, daar de „Harmony" niet tot ons terugkeert. Tot het volgende jaar -zijn we nu reeds, (September) van de buitenwereld afgesloten.

Onze zendingsarbeid gaat rustig en goed vooruit. Op Palmzondag (1917) hadden wij het voorrecht elf volwassenen belijdenis des geloofs te hooren afleggen, en aan het Heilige Avondmaal konden 28 Eskimos deelnemen. Op de school zien wij goede resultaten, wij onderwijzen Engelsch en Eskimo, zeer tot genoegen der bevolking.

De zeehondenvangst was in 't voorjaar helaas slecht, en daar er ook geen beschuit meer in onze winkel was, werd er waarj lijk honger geleden. Gelukkig, dat de boot met voorraden voor den komenden winter, Vroeger dan gewoonlijk binnenkwam.

Killinek is een heel vochtig oord, waar alles onmiddellijk verroest en beschimmelt. Mijne vrouw is dientengevolge zeer lijdende aan rheumatiek, en daardoor zeer hulpbehoevend. In Juli hadden wij drie weken na elkander mooi weer, verder steeds storm en regen".

DeHeer Waltraann schrijft uit Okak : . . . „Het gaat ons, den Heer zij dank, tamelijk goed, zoodat wij onzen arbeid kunnen verrichten. Mijne vrouw heeft zich zoover hersteld, dat zij met behulp van een kruk het noodige huiswerk kan doen. Van November tot Paschen kon zij volstrekt niet loopen. Voor de bevestiging der lidmaten met Palmzondag kon zij voor 't eerst weer in de kerk komen. Het is een lange geduldsbeproeving geweest, en wij zijn dankbaar dat het nu gaat, zooals het gaat. Onze Heer weet het, en kan grootere dingen doen.

In de gemeente hebben wij een heelen

ernstigen tijd doorleefd, daar er een hevige mazelen-epidemie uitbrak. Van 9 October tot 10 November zijn 38 volwassenen en kinderen er aan bezweken. In December en verder in 't nieuwe jaar zijn er nog velen gevolgd. Er kwam een schrik over allen toen die sterfte begon, en er soms 3 of 4 op één dag bezweken. Maar het was een heilzame schrik, en velen spraken er zich dankbaar over uit, dat zij uit hun geestelijken slaap waren opgewekt. Sommigen stierven zoo plotseling, dat zij zich niet meer konden uitspreken. De lippen bewogen zich wel, doch zij hadden de spraak verloren, er kwam geen geluid meer. Het waren juist eenigen dergenen, die in zonde geleefd hadden, die zonder schuldbekentenis en wellicht helaas, zonder vrede heengingen. Anderen werden daardoor opgewekt, en nu kwamen er, ach hoevele zonden aan het licht; zonde uit lang vervlogen dagen : onreinheid, diefstal, echtbreuk, eDZ. Het kostte velen een moeilijke strijd tot bekentenis te komen, maar daaroa konden zij ook tot vrede komen, 't geen aan hun verhelderde uitdrukking zichtbaar was. Dan zeiden zij : „Hoe kon ik toch zoo onverstandig zijn, en alles zoolang bedekt laten ? nu gevoel ik mij geheel anders, wat er nu ook mag gebeuren, ik heb geen angst meer". Velen beloofden een nieuw leven te zullen beginnen als zij mochten herstellen, en de meesten zijn hierin ook getrouw gebleven, doch een is weer afvallig geworden. Voor de bevestiging waren dit jaar 17 candidaten, het grootste aantal, dat wij nog hebben gekend. Treurig is het, dat uit hen reeds twee gevallen zijn, maar zij hebben het berouwvol bekend, en dit geeft nieuwen moed. Onder de jeugd onstond ook een groote opwekking. Er waren er reeds die weken lang met plannen tot zelfmoord hadden rondgeloopen, omdat hunne verdorvenheid hen dag nog nacht rust liet, tot zij eene openlijke bekentenis aflegden. Wanneer zij 's zomers een vrij leven leiden, gaat helaas weer veel verloren, van wat wij 's winters hoopten gewonnen te hebben, en zoo wisselen licht en schaduw, vreugde en droefenis elkaar af.

Zeer merkwaardig is het volgende, dat dooreen nieuw gekozen helper werd ervaren : Hij moest de Zaterdag-avond vergadering leiden en was 's nachts opgebleven om zich voor te bereiden. Op eens werd het

Sluiten