Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem duidelijk, dat hij den Heere eigenlijk nog niet toebehoorde. Terwijl hij hierover weende en om ontferming smeekte, was het hem of de Heiland hem verscheen, hem Zijne wonden toonde en zeide: „Die zijn uwe verzoening, zie op Mij, en vertrouw niet op U zelf". Toen daalde een zalige vrede in zijn hart. Doch 's morgens wilde hij uit valsche schaamte er niets van zeggen • aan zijn gezin, ook verbeelde hij zich onopgemerkt te zijn geweest, daar hij niet wist, dat zijne vrouw w r akker was en alles had gezien. Terwijl hij nu dien morgen eenige rust nam, hoorde hij tot tweemaal toe een duidelijke stem zeggen: „Een iegelijk, die Mij verloochenen zal voor de menschen, zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, die in de hemelen is". Nu aarzelde hij niet langer, maar bekende openlijk aan zijn geheele gezin, wat hij dien nacht had doorleefd, 's Avonds kwam hij het ons mededeelen, vergezeld van zijne vrouw. Wij konden slechts met hen loven en danken. Zulke ervaringen zijn eene groote bemoediging tegenover zoo menige teleurstelling . .

Mevrouw Simon, schrijft uit Hebron: „Uw vriendelijk schrijven ontvingik 16 Aug. met de Harmony" doch de beloofde kisten kwamen nog niet aan. Wij waren verheugd, dat de boot ons weer zonder ongeval bereikte. Den 12 Maart ontvingen wij het vreeselijke bericht, dat onze zoon Grottfried 6 September 1916 aan de Somme sneuvelde, verdere bijzonderheden omtrent zijn overlijden vernamen wij niet. Wij willen niet morren, wij deelen dit treurig lot met zoo velen, maar het doet ons zeer smartelijk aan.

Wij zijn nu naar Nain overgeplaatst, en hopen, dat de verandering ons goed zal doen. Ach, konden wij nu volgend jaar met verlofnaar het Vaderlandgaan! Wij waren 5 jaar hier, en verheugen ons wel iets zuidelijker te gaan wonen, maar wij hebben hier veel liefde en dankbaarheid ondervonden, en het afscheid zal ons veel kosten.

Het gaat ons gelukkig goed, en wij zijn dankbaar onzen arbeid te hebben kunnen verrichten, 't Heeft ons aan het noodigste niet ontbroken, maar alles wordt heel duur. Het voorjaar kwam laat, maar aangezien Juli en Augustus 't weder mooi en warm was, kon onze groente nog goed gedijen. Er zijn nu ook veel boschbessen, die wij gaarne plukken. Daar het vleesch te kostbaar

is eten wij veel visch. Over de gezondheidstoestand hebben wij niet te klagen, wij hebben slechts drie patiënten. Dikwijls is de krankheid het gevolg van hun verkeerde levenswandel, maar dat willen zij niet inzien, en geven liever de schuld aan de medicijnen dan te bekennen, dat God ze met de gevolgen hunner zonde bezoekt. Mijn man heeft bij zulke gevallen veel geduld noodig. De uiterlijke omstandigheden waren dit jaar gunstig, 't vorig najaar hadden de menschen goede verdiensten, en daar er groote voorraad was in onze winkel, konden zij ook voldoende opdoen. De meesten denken nog slechts aan zich zeiven, en aan eigen behoefte; terwijl slechts enkelen iets voor de zending over hebben".

En nu volgt een schrijven van zendeling Hettasch, eveneens uit Nain, dd. Oct. '17. „De laatste reis der „Harmony" zijn twee voor ons bestemde kisten uit *New-York aangekomen, en de inhoud schijnt in de beste orde te zijn. Alle vriendelijke gevers bieden wij onzen hartelijken dank aan. Bij de zeer, zeer hooge prijzen der levensmiddelen, zijn deze zendingen ons nu nog dubbel welkom. Het meel is zóó duur, dat wij genoodzaakt zijn een surrogaat te nemen. Het is te hopen, dat er in 't najaar geen gebrek aan zeehonden is, anders zou de nood groot worden.

De Eskimo's kunnen veel meer vleesch verdragen dan de Europeanen, maar ze zijn nu reeds zoo aan brood en scheepsbeschuit gewend, dat zij het met vleesch alleen niet meer kunnen stellen. In den vorigen winter was het weder op enkele uitzonderingen na, niet gunstig voor de vangst. In de schuur van een handelaar kon het ongekende getal 483 zeehonden worden opgeborgen ; en de groothandelaar William Barber ving er zelfs 500 in zijne netten. Doch bij alle anderen was de vangst zoo goed als mislukt. Nu had de overvloed der enkelen het gebrek der anderen wel kunnen vergoeden, en W. Barber deelde ook gratis zeehondenvleesch uit, of althans als vergoeding voor geringe diensten. Maar het vleesch zonder vel heeft weinig waarde, en de prijs der vellen werd door de groothandelaren zoo hoog gehouden, dat er maar weinigen ze konden koopen, om er schoenen van te maken. Er heeft dus werkelijk

Sluiten