Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er een eind aangekomen : De rechter veroordeelde de hoofdaauleggers tot 5, en de volgers tot 2 jaar dwangarbeid.

Op Fakfak bleven de meeloopers, terwijl de aanvoerders hun straf op Ambon zouden ondergaan. In de gevangenis vonden zij lieden uit hun omgeving, die reeds vroeger hier waren aangekomen. Zoo waren er een zestal van de Kodenakstam, die wegens kannibalisme veroordeeld waren. Ach, men gruwt, wanneer men alles hoort, wat ze gedaan hadden, gaarne spaar ik U dit 1 .

Liever wil< ik verhalen van de eerste aanrakingen met hen en de gevolgen. Zij kwamen hier aan en menigeen onder hen was behept met zeer verwaarloosde wonden. Het eten op geregelde tijden, het dagelijksche arbeiden, het niet kunnen gaan waar men wilde, maakten velen hunner ziek. Dan werden ze op het ziekenrapport gebracht, waar ik hen trachtte te helpen.

Hun taal werd maar door weinigen verstaan, en soms waren er drie of vier tolken noodig om ze te vragen naar hun klachten. Er zijn er enkele gestorven in den tijd hunner ballingschap. Dan had ik dubbel met ze te doen, want in hun stervensure kon men niets voor hen zijn. Met een paarwoorden van hun taal en een vriendelijken lach heb ik menigmaal een glimlach op hun somber gelaat gebracht. Als zij langs den weg werkten of water bij ons brachten, kregen zij wel eens een handje tabak en dan glunderden hun oogen. Zeker, wij deden het in het geloof, dat op Gods tijd er ook zegen van gezien zou worden.

Nadat het driemanschap Makay, Boeda Roeray met hun volgelinge» de lieden der Metamanierivier niet meer verontrustten, kwamen er dorpen, waar nu sinds een jaar goeroes arbeiden. De bazuin des Evangelisch wordt geblazen, daar waar eens bamboe en tritonschelp met lang gerekte klanken alles in onrust brachten. Rust, rust na zooveel onrust in de harten. Wij kunnen deze menschen toezingen :

Jezus reikt u zelf de handen,

Volken hoort, Zijn heilstem dringt Ook in 't einde tot u door! Wij hebben het levensbrood hen aangeboden en gehoopt, dat wij het terug zouden vinden.

Sedert een paar maanden zijn deze menschen aan hun omgeving terug gegeven. Hun tijd van ballingschap is om. Zij hebben

hun woonsteden weer opgezocht en daar leven zij nu hun leven. Met heimweeachtig verlangen hebben zij er naar uitgezien. Hier te midden der sagobosschen, bij hun jachtveld zijn ze groot gegroeid. Het gekras der kraaien en 't gekrijsch der witte kakatoes en het geschreeuw der nachtvogels en het gezang der krekels, hoe hebben zij er naar verlangd, toen zij gevangen zaten ! En nu, nu zijn ze vrij.

Maar de voeten zijn niet meer zoo vlug als vroeger om een veete uit te vechten. Dit hebben ze wel geleerd, dat de geschillen niet door de adat, maar door de Compagnie worden beslecht. Eu nu zie is hun omgeving hun omgeving gebleven, maar toch is ze anders, want de hartader der adat: „oog om oog, tand voor tand, bloed voor bloed" is afgesneden.

Rust is er gekomen in hun omgeving. Rustig kunnen zij trekken van plaats tot plaats want overal is de Compagnie. Is het nu overal rust? O neen want als, straks ziekte of ongeval nadert, dan is het zoo onrustig in 't hart. En in het hart zijn de uitgangen des levens. Hun arm hart is nog even onrustig als voorheen, en daar zal geen rust komen, voordat de Heiland er plaats heeft gemaakt. De bazuin wordt er geblazen en den vermoeiden wordt toegeroepen : „Kom herwaarts tot Mij en Ik zal u rust geven".

De Jong-Holland had ons hoog de Sigorairivier opgebracht. Daar stapten we in een prauw en onder het eentoonig gezang der roeiers werden we verder gebracht tot Beda. Hier troffen we vier ontslagen gevangenen aan. Ach, wat waren zij blijde mij te zien. Zij leidden ons naar een bouwvallig hutje. Een dakje van boombladeren en een ongeveer een Meter van den grond vloertje, maakte het geheel uit. Het was er neergezet, om besprekingen te houden, wanneer Bestuursambtenaren er kwamen.

In hun gevangenschap hadden zij een enkél woord Maleisch geleerd en ook kenden zij een enkel woord Patipisch, maar een volledig gesprek kon men niet met hen houden. Doch, wat niet in woorden gezegd kon worden, uitte men op andere wijze. Spoedig zat er een myn voeten af te wrijven, die onder den modder zaten. En aan ieder, die het hooren wilde, vertelde hij, dat ik hem op Fakfak had geholpen, toen hij ziek was, hoe hij menigmaal was getracteerd

Sluiten