Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na de mooie en aandoenlijke mededeelingen van den Heer Bout willen wij hier nog een en ander van meer huiselijken aard laten volgen, uit een particulier schrijven van zijne vrouw, die wij rechts op dit plaatje zien afgebeeld.

„Hoe vindt U dit kiekje van onze handwerkles ? 't Is wel een leuk troepje, maar zeer klein. Dat is ook al een gevolg van den oorlog, want mijn wol, stramien en haakgaren zijn bijna op. De groote meisjes werkten zoo hard, dat er voor de kleintjes niets meer zou zijn overgebleven, daarom heb ik de grooten thuis laten blijven. Ze hadden trouwens toch al heel wat vaardigheid gekregen.

Op 't kiekje kunt U zelfs iets zien van de vorderingen, die ze gemaakt hebben Drie meisjes zijn er bezig met 't teekenen op congresgaas. Dat moet een band worden om de klamboe open te maken. Daar hebben ze erg veel plezier in. Over 't mandje met wol dat op den grond staat, ligt een tweede merklap, waarop zoo van allerlei gemaakt wordt. De vlinder in den hoek is duidelijk zichtbaar.

Wat zitten wij tegenwoordig dikwijls met onze gedachten in Holland. Hoe zou het gaan met de brandstof en hoe met de voedselvoorziening ? zoo vragen wij ons af. U begrijpt dan ook wel, hoe we met groot verlangen de volgende mail tegemoet zien. Wat leven wij dan hier toch gelukkig, boven tienduizenden. Geen oorlogsgeweld, geen gebrek aan brandstof, geen gebrek aan eten. We lachen er wel eens om, dat het hier haast elke dag boonen is, maar ik heb nu onlangs eens princesseboontjes gesneden als snijboonen en toen in 't zout gelegd. Dat geeft weer eens afwisseling in 't menu, en smaakt bovendien nog zeer lekker. We hebben hier ook ontdekt een surrogaat voor karnemelksche pap, alleen 't smaakt veel fijner, n.1. het sap van de zuurzak. Gekookt met water, suiker en maizena, en als men er nog een ei aan toevoegt, krijgt men zulk een fijne vruchtenvla, als ik van geen Hollarfdsche vruchten ken. En van de papaja koken we ook al lekkere moes, die zeer veel gelijkt op appelmoes. Indië is wel rijk aan vruchten, alleen Fakfak is er niet zoo rijk aan bedeeld. Ja, als men eigenlijk de bodem goed in oogenschouw neemt, moet men zich nog verwonderen dat er nog zooveel groeit, want 't is een groote

steenhoop. Het is maar goed, dat hier geen Hollandsche jongens wonen, want die zijn er nogal eens gauw bij om elkaar te gooien, en dat zou hier al te gemakkelijk zijn. Onze anak piaras (huisjongens) leven gelukkig nog al in goede harmonie met elkaar, we hooren haast nooit van kibbelpartijen. Dat is heel prettig, en de nieuwe Papoesche jongens zijn al even kalm.

Maar laat ik eens een eind maken aan mijn huishoudelijk praatje. Zeer hartelijke groeten

van Uwe dienstw.

A. K. Bout-Muller.

Een verdwaald Bijbelblaadje

Een colporteur van het Br. en B. Bijbel Gen. schrijft uit Perzië : „Op een dag was ik aan het lezen van het Nieuwe-Testament, toen een man naar mij toe kwam en mij vraagde welk boek ik las. „Ik lees de lndjil, het Evangelie", gaf ik hem ten antwoord. Waarop hij opmerkte: „Ik heb mijne zaligheid gevonden door een stukje papier". „Ik vroeg hem wat hij bedoelde, waarop hij mij het volgende vertelde : „eens dat ik een aanval van koorts had, kreeg ik een recept van den Dokter, dat ik naar de apotheek zond. Toen ik het drankje ontving was het gewikkeld in een stuk papier, dat ik voor een courant aanzag, en waarin ik ook onmiddellijk ging lezen. Ik bemerkte toen spoedig, dat het niet was hetgeen ik dacht, maar een gedeelte van eèn boek moest zijn, boven op de bladzijde stond „Het Evangelie van Johannes". Ik las door tot ik een heel merkwaardig vers vond: „Wantalzoo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijneeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in hem gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe". Deze woorden kwamen mij heel vreemd voor, ik moest ze telkens overlezen. Ik las ze zoo herhaaldelijk, en dacht er zoo diep over na, dat ik de koorts geheel vergat. Ik besloot een christenvriend te vragen of hij mij het het geheele boek kon bezorgen, waaruit deze woorden waren genomen. .Die vriend bracht mij een Bijbel, daaruit lees ik nu dagelijks.

Bible in the World.

Voor geldzaken, administratie en expeditie van „het Penningske" wende men zich tot Br. W. L. JENS, Jan» veld 51, Utrecht.

Drukkerij J. van Boekhoven, Utrecht.

Sluiten