is toegevoegd aan uw favorieten.

De toekomst; weekblad voor Nederland jrg 3, 1917, no 8, 24-02-1917

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TOEKOMST

de Gazet van Brussel, waarvan de redactie, die dan toch een groot deel van het Brusselsche flamingantisme om zoo te zeggen vertegenwoordigt, zich bekloeg, geheel over het hoofd gezien te zijn. De Nieuwe Gazet van Gefit, het orgaan van het gematigde activisme te Gent, waar ook enkele hoogleeraren en studenten der Vlaamsche Alma Mater aan medewerken, bracht dezelfde klacht en uit Holland komt brief op brief van de aldaar vertoevende activisten om te vragen : „waarom hooren wij niets, waarom worden wij niet ingelicht?"

Wij kunnen onze vrienden gerust stellen ; dit alles heeft volstrekt geen andere beteekenis dan dat men aan het samenwerken nog moet wennen ; er is volstrekt geen opzet mee gemoeid. Men heeft in Brussel getracht de eenheid op zoo breed mogelijke basis te scheppen en eene, voor deze tijden zeer belangrijke, dosis toegevendheid is daartoe gebruikt; men mag er van verzekerd zijn, dat. niemand er ook maar aan gedacht heeft wie dan ook van de flaminganten uit te sluiten en alles wat daar den schijn van heeft is slechts toeval. . wij willen wel toegeven ongelukkig toeval, dat binnen kort echter verholpen worden zal:

de oude leiders, die men te Brussel verwacht had en die er niet waren, zullen opnieuw worden opgezocht;

de redacties der verschillende bladen zullen voortaan beter worden op de hoogte gehouden ;

voor een geregelde verbinding van de Vlaamsche organisaties met de in Holland verblijvende flaminganten zal gezorgd worden.

Grootsche plannen

Nu de hoogeschool vervlaamscht is — en dat nog wel met een beteren uitslag dan velen onzer ooit hadden durven verwachten, — nu de Vlaamsche afdeeling van het departement van Wetenschap en Kunst niet alleen is ingericht, maar nu ook geldelijk onafhankelijk van het oude Ministère des Sciences et des Arts is geworden, zoodat het voortaan een geheel zelfstandig lichaam, eigenlijk niet meer een afdeeling, maar eerder zelf een ministerie vormt; nu ook de eenheidsorganisatie van het geheele activisme is tot stand gekomen, nu kan men gerust den verderen weg opgaan.

Veel en moeilijk maar ook grootsch werk blijft er te doen. Het ministerie van Binnenlandsche Zaken en dat van Handel en Nijverheid moeten natuurlijk evengoed als het ministerie van Wetenschap en Kunst gescheiden worden in Vlaamsche en Waalsche secties ; de hoogeschool moet worden uitgebreid door landbouw-, handel- en zeevaartschool; het hoogere handelsgesticht en de academies en conservatoria van het VlaamEche land moeten volledig ver¬

vlaamscht worden ; een plan van Vlaamsche constitutie moet worden opgemaakt en de Belgische constitutie herzien : een begin van Vlaamsche volksvertegenwoordiging dient in 't leven geroepen te worden.

Doch ook wanneer al die plannen zullen verwezenlijkt zijn, blijft er nog veel te doen. De gemeentebesturen onzer groote steden zijn inderdaad broeinesten van geweldige verfransching; vooral te Brussel en voorsteden is dit zoo erg, dat met allen goeden wil en vlij t van het centrale bestuur het Fransch in die plaatsen toch steeds de heerscheres zal blijven, zoolang men het bestuur der gemeenten zelf niet heeft weten te vervlaamschen.

Dit zal dan ook naar alle waarschijnlijkheid het werk der flaminganten zijn voor den eerstvolgenden tijd. Is het inderdaad geen revolutionaire toestand, dat gemeenten als Brussel, Schaarbeek., Molebeek enz., die door en door Vlaamsch zijn, door een kleine — ja zeer kleine — minderheid van franskiljons bestuurd worden? En die revolutionaire toestand, men wil er niet door een contra-revolutie een eind aan maken, neen, langs wettige en geoorloofde wegen, zonder ook maar in 't minst de tot hiertoe gevolgde taktiek te verlaten, zal men de gemeentenaren er toe brengen voor het vervolg echte vertegenwoordigers van het volk af te vaardigen en de zaken der gemeente niet langer door vijanden van het volk te laten leiden.

Zoo worde Brussel met de voorsteden dan eindelijk wat het zijn moet: de rijke bloeiende Vlaamsche hoofdstad van het Vlaamsche land !

Prof. Dr. H. Wirth

Voor eenige maanden hadden wij uit Gent vernomen, dat Dr. Wirth, een der eerste Duitschers — van geboorte overigens en ook van hart een halve Nederlander — die eenige aandacht had gewijd aan het opkomende activisme, door typhus was aangetast. In de in Holland verschijnende vluchtelingenpers werd-hij zelfs reeds voor dood gehouden en de redacties van Het Belgisch Dagblad en van LEcho beige veroorloofden zich het plezier van een meer dan ploertige necrologie. Gelukkig echter heeft Dr. Wirth's sterke gestel de ziekte kunnen overwinnen en wij vernemen nu dat hij sinds eenige maanden Professor aan de Berlijnsche universiteit geworden is en opnieuw zijn concerten van Vlaamsche muziek heeft ingericht.

Den ióen en I7en Februari 11. gaf hij o.a. een auditie van „Nederlandsche kerkmuziek vanaf de middeleeuwen tot heden."

Wij hopen dat hij nog lange jaren moge meewerken om Nederlandsche kuituur in Duitschland te doen kennen.

147