Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De binnenhof van het Festspielhaus is bestemd voor openluchtspelen. De afbeelding is genomen van dc Zljde van het tooneel en ziende naar de toegangen en ruime, overdekte toeschouwersgalerij. Met de hal van het gebouw heeft de architect geen raad geweten. De ruimte en de wanden waren leelijk. Daarom liet hij Qen schilder de architectuur negeeren en doorbreken. De foto toont het resultaat. De architect staat, samen j^et den schilder, vlak boven het geschilderde trapje, "nks uit het midden. Kan het zijn, dat wij op Holznieister's gezicht toch een eenigszins onthutste uitdrukking bespeuren, terwijl hij naar de schets kijkt? De overige schilderingen geven tooneelscènes en toeschouwers weer.

A. SIEBERS, B. I.

**) Het doet onwillekeurig denken aan het gedicht „Moines Sauvages" van Emile Verhaeren.

lis n'ont jamais compris, qu'un Dieu, porteur de foudre, en cassant 1'univers, que rien ne peut absoudre.

Et les vieux Christs hagards, horribles écumants, tels que les ont grandis les maires allemands.

Avec la tête en loque et les mains larges ouvertes et les deux pieds crispés autour de leurs croix vertes.

*) De Bened iktijnen van Salzburg volgen den Westerschen ritus, maar behooren niet tot een congregatie, die voortkwam Ul* het herstel van het Benediktijnsche leven, door Dom Guéranger, omstreeks 1833 te Solesmes ondernomen (waarbij de nadruk geheel viel op contemplatie). In West-Europa zijn, zooa's men weet, praktisch alle thans bestaande kloosters, geënt °P de opvatingen van Solesmes (eerste abdij van de haast vol¬

ledige verdwijning der Benediktijnen, tengevolge van de Fransche revolutie). Ook de congregatie van Beuron (Hollandsche kunstenaars : Dom Willibrord Verkade, Dom Suitbert Kremer, Dom Adelbert Gresnigt) stamt oorspronkelijk af van Solesmes. De abdij van Oosterhout (Dom Bellot, Dom J. van der Mey, broeder Francois Mes) is in rechte lijn van afkomst met Solesmes verbonden.

IHERONIMUS VAN AECKEN. GENAAMD JEROEN BOSCH - SCHILDER.

*"*et werk van Iheroen Bosch is een gebed. Gaat het z'ien, voor zoover het ten toon gesteld is te 's HertoSenbosch. Het is één beschouwing, één leering. In zijn Jongere periode vertoont Iheroen invloeden vooral van Dieric Bouts (vgl. Bosoh' „Bruiloft van Cana", althans Wanneer zijn auteurschap hier vast staat.) Ondanks vele en felle critiek, maakte hij reeds opgang bij zijn leven, ^egon hij bescheiden, groote voorgangers navolgend, °P zijn beurt werd hij „Meester", in letterlijken en in overdrachtelijken zin. Men ging in zijn trant copieeren,

^antaseeren, varieeren, tenslotte falsificeeren. Het

Selukte echter niemand den juisten toon te treffen, — °°k niet den grooten leerling Pieter Breughel! Men haakte gedrochten en nachtverschrikkingen; men beeldde de wildste nachtmaren: — maar het bleef rammelen! 't Was dwaas, zot, onwaarschijnlijk, ongerijmd! Er zat geen „lijn" in, materieel noch geestelijk. Dat is hieruit te verklaren, dat het fundament, het geloof, zoek was.

Iheroen Bosch geloofde wat hij beeldde, alles, onvoorwaardelijk. Gaat zijn printen en dyablerieën zien in de Jacobskerk te 's-Hertogenbosch. Omdat hij geloofde, bad hij. Zijn nakomelingen geloofden niet meer, althans minder, of anders. Zij hadden niet dat allesomvattende, onveranderlijke, traditioneele „boersche" geloof, dat in zijn bovennatuurlijke kracht bergen kan verzetten; dat eenvoudige, sterk-geweldige geloof, dat schroeit en broeit en brandt, met de onweerstaanbaarheid als van een fanatiek sectarisme. Zij zijn rationalistischer, materialistisoher, gecompliceerder. Iheroen Bosch was geenszins een dolle fantast, geenszins een patholoog, die de solferige dampen van een ziekelijk-verhit brein in kleur en lijn (teekeningen) deed neerslaan op paneel of papier. Iheroen Bosch was traditionalist. Hij was nationaal, — en cosmopoliet. Daarom kon zijn werk zich verspreiden over de Oude en de Nieuwe Wereld.

Hij was en is van alle tijden, deze laat-middeleeuwsche

365

Sluiten